Zomer 2025 Tien weken Bretagne

Het is drie jaar geleden dat we een lange zomer hebben gezeild en dat smaakte zeker naar meer. Aangezien ik nog veel verlof heb staan dat op moet, besluiten we om deze zomer verder te gaan waar we vorige keer gebleven waren, dat betekent vooral de zuidkant van Bretagne. Jorrit en Marije varen in hun vakantie de boot naar Granville in Normandië en vanaf daar begint onze vakantie.

Onze gevaren route ziet er zo uit:

De meeste tijd hebben we in Bretagne doorgebracht:

Mede doordat we twee keer een week opstappers hadden, hebben we de zuidoost hoek van Bretagne goed verkend:

Vrijdag 13 juni Assen – Granville

Onze eerste vakantiedag zitten we vooral in de auto. Na ruim tien uur komen we in Granville aan, waar Marije en Jorrit die ochtend zijn aangekomen met de boot. Wat zijn wij blij dat zij de boot al zo ver hebben gevaren! We hebben ze de afgelopen weken intensief gevolgd en waren meestal blij dat zij die mijlen scherp aan de wind aflegden. We gaan eerst maar ergens eten voordat we gaan sjouwen met alle spullen die op en van de boot moeten. Grote voordeel is dat het water dan hoger staat en de brug naar de steiger daardoor heel wat minder steil is.

Zaterdag 14 juni Granville – St Aubin, Jersey

De volgende ochtend zwaaien we eerst Jorrit en Marije uit en daarna vlug de boot klaarmaken om naar Jersey te zeilen. We hebben mazzel, we kunnen in een streep daarnaartoe varen. Net als we de baai in varen waar we willen ankeren valt de wind weg, beter kan niet! We vinden een mooie ankerplek in de baai van St Aubin, in de beschutting van een wat vervallen fort. Echt een schitterende plek.

Als we liggen ga ik eerst eens de makrelen bakken die Jorrit voor me gevangen heeft, zalig op brood en later op toastjes. Na een paar uur kunnen we naar de kant wandelen en kijken we wat rond in St Aubin en rond het fort.

Droogvallende haventje van St Aubin

Als we weer drijven besluiten we nog iets meer achter het fort te liggen zodat we vannacht geen last hebben van de deining. De mooring van Gypsy Queen ziet er niet erg gebruikt uit, dus daar knopen we de boot aan vast en vervolgens slapen we als een roos.

Zondag 15 juni Jersey – Tréguier

Het doel is om naar Bretagne te varen en met onze optimistische blik denken we vandaag een mooi stuk te kunnen zeilen naar Les Sept Îles. Als we eenmaal buiten zijn blijkt dat de wind zich niet helemaal aan de afspraak houdt waardoor we de eerste zes uur moeten motorzeilen (we zijn niet van die bikkels zoals Marije en Jorrit die dan gaan kruisen). Daarna wordt het door wind en stroming wat gunstiger en kunnen we wel zeilen, maar we besluiten toch onze bestemming te verleggen naar Tréguier, of in ieder geval de rivier waar dat aan ligt. Op een mooie plek met groene oevers pikken we weer een mooring op. We liggen nu een rivier westelijker dan het verste punt van drie jaar geleden, dus een heel nieuw gebied ligt voor ons!

Maandag 16 juni Tréguier – Les Sept Îlles – Ploughmanac’h

Vandaag is het doel om naar Les Sept Îles te varen, want volgens de National Geographic behoren deze tot de negen mooiste eilanden van Frankrijk. Het is een vogelparadijs en je mag maar op een van de zeven aan land.

Eerst varen we naar Tréguier om water te tanken, te douchen en wat boodschappen te doen. Daarna op pad naar Les Sept Îles. We ankeren in een schitterend beschut baaitje met zicht op strandje, groene heuvels en veel vogels. Papegaaiduikers schijnen hier ook te zijn, maar helaas zien we die niet.

Als het water stijgt begint er ook een vervelende deining te ontstaan. Hier waren we wel voor gewaarschuwd, maar we hoopten dat door het rustige weer het mee zou vallen. Niet dus, dus na het eten besluiten we over te steken naar Ploughmanac’h. Daar hebben we totaal geen spijt van, want we varen door een heel bijzonder gebied naar de haven. Het is het gebied van het rode graniet en de rotsformaties zijn erg mooi.

In de haven moeten we aan meerboeien liggen, er zijn geen steigers ofzo. Er liggen heel veel van die boeien, daardoor krijgen we een soort keuzestress. Je moet voor en achter vastmaken en er liggen ook nog wat boeien naast de boot, een nieuwe variant voor ons.

Dinsdag 17 juni Ploughmanac’h – Île-de-Batz

’s Ochtends beginnen we met een wandeling rond de punt van Ploumanac’h, met dus heeel veel rotsen. Het is onderdeel van een lange afstandsroute ‘Sentiers des douaniers’. Het is echt een schitterend gebied.

Rond de middag vertrekken we voor een tochtje van 22 mijl, wederom naar een eiland. Op ons lijstje van waar we heen willen deze zomer staan heeel veeel eilandjes. Île-de-Batz is dus de eerstvolgende, schijnt ook leuk te zijn. Je kan daar in een baaitje goed droogvallen, maar als we er zijn is het al ongeveer laag water dus kunnen we de baai nog niet in. We moeten nog wel een tijdje wachten en gaan voor anker buiten de baai. Lies roeit met het bijbootje naar de kant om de baai te verkennen en rond 10 uur ’s avonds staat er genoeg water om voor anker te gaan. Het is echt een mooie baai, met palmbomen op de kant. Hopelijk vallen we vannacht heel zachtjes droog….

Woensdag 18 juni Île-de-Batz

Het zachtjes droogvallen is goed gelukt, maar we worden toch midden in de nacht wakker van een harde klap, we schrikken ons rot. Het blijkt de theepot te zijn die van het fornuis afvalt doordat de boot behoorlijk scheef is komen te liggen. Ik trek snel m’n kleren uit, spring het water in en probeer de boot nog enigszins recht te trekken, maar we liggen al te droog, dus dat haalt niets uit. We zien daardoor wel een enorme sterrenpracht en als je het zand beroert geven de algen in het zand licht, ook erg mooi. De rest van de nacht liggen we dus erg/te knus tegen elkaar aan. Als we de volgende ochtend wakker worden is de verstoorde nachtrust snel vergeten want wat liggen we op een mooie plek.

We proberen door de ankers net anders te leggen ervoor te zorgen dat we bij eb ’s middags rechter komen te liggen. We kijken wat rond in het dorp en hebben een uitgebreide lunch, met zicht op de boot die langzaam weer droog komt te liggen. Als we afgerekend hebben rennen we naar de boot toe en die blijkt toch weer scheef te liggen. Dit keer zijn we op tijd en kunnen ‘m nog rechter trekken, wel zo fijn. Je kan het er maar druk mee hebben! Daarna gaan we het eiland rondlopen (12 km). Daarbij besteden we veel tijd aan het zoeken naar de juiste ankerplek voor ’s avonds, dus uiteindelijk vinden we het halve eiland vinden ook wel prima. Ook hier is het dus ontzettend rotsig, met de meest bijzondere rotspartijen overal.

Als we rond 22 uur weer drijven varen we naar een andere baai waar we wel ankeren maar niet droogvallen zodat we morgen vroeg kunnen vertrekken.

Donderdag 19 juni Île-de-Batz – Camaret-sur-Mer

We zijn om 5 uur wel wakker, dus iets na half zes vertrekken we. Het kijkt een beetje nauw vandaag want we moeten om de punt van Bretagne en daar moet je de stroom wel mee hebben. Het is iets voor laag water en met het ophalen van het anker ‘kussen’ we even een rots, dat is schrikken. We drijven nog, zal wel goed zijn, dus op weg naar het ‘Chenal du Four et de la Helle’, echt een bemoedigende naam om langs te moeten varen! Zoals vaker valt het allemaal weer dik mee. De meest westelijke eilanden van Frankrijk, Île d’Ouessant, staan ook op ons lijstje, maar die slaan we nu over. We willen graag weer eens een nachtje aan een steiger in een haven liggen, sinds ons vertrek hebben we geankerd en aan moorings gelegen.

In Camaret gaan we op zoek naar een snackbar, maar belanden uiteindelijk toch maar op een terras voor een simpele maar lekkere fish & chips (enige wat we nog kunnen krijgen). Het is trouwens al de hele tijd erg mooi weer, veel zon en rond de twintig graden. Vandaag nog wel wat warmer, graad of dertig.

Kerkje naast de haven

Vrijdag 20 juni Camaret-sur-Mer – Île de Sein

’s Ochtends gaan we eerst naar een watersportwinkel om stromingskaarten van dit gebied te kopen. Uiteindelijk kopen we de ‘Bloc Marine’ van bijna 900 pagina’s, een soort telefoongids met erg veel relevante info, waaronder ook gelukkig stromingskaartjes. Daarnaast maken we veel gebruik van ‘Secret anchorages of Brittany’, met allerlei info over ankerplaatsen.

Vandaag ook weer een ankerplaats als bestemming, namelijk de baai bij het eiland Île de Sein. Dat is een klein eiland met ongeveer 200 inwoners met een baai waar je goed beschut kan ankeren. Het is weer even goed de route volgen, want links en rechts steken gemene rotsen uit het water.

In de baai vinden we een mooi plekje waarbij we net zouden moeten blijven drijven. We zien nog net dat het dorpje er kleurrijk uitziet, want vlak nadat we er zijn komt er dikke mist opzetten. De huizen die 200 meter verderop staan kunnen we helemaal niet meer zien! Nou ja, morgen pompen we het bootje weer op en gaan we het eiland verkennen.

Zaterdag 21 juni Île de Sein

We worden wakker waarmee we geëindigd zijn, namelijk dikke mist.

De zon zit er gelukkig vlak achter en als de mist wat optrekt gaan we naar de kant en verkennen het eilandje. Dat is echt wel bijzonder, met naast de vele grijze huizen ook een aantal zeer kleurrijke huizen. Tussen de huisjes zijn allemaal steegjes, een echt stratenpatroon is niet te herkennen.

Iedere dag komt er een boot met toeristen, die eind van de middag weer vertrekken. Er zijn wat restaurants en winkeltjes. Het grappige is dat er dit weekend ook een soort fanfare festival is. Het lijkt er op dat het om een band gaat die een weekend weg is. De hele dag door horen we ze spelen, ook vanaf de boot.

We wandelen het eiland rond, dat heb je in twee uur wel ongeveer gedaan. Het is jammer dat het weer wat dichttrekt, want je kan de vuurtoren beklimmen. Dat heeft nu weinig zin, met weinig zicht.

Het is echt een heel bijzonder en leuk eiland.

Zondag 22 juni Île de Sein – Sainte-Marine

We besluiten om ‘s middags weer verder te gaan. Eerst nog een keer naar de kant om wat rond te slenteren en lekker te lunchen. Tegen twee uur sleurt Huib het anker weer omhoog en navigeren we tussen de rotsen om het eiland heen richting de rivier Odet. Het is meer dan veertig mijl, maar gelukkig een perfecte zeiltocht. Er staat een goede constante wind, net een tikkie aan de windsekoers en daarmee gaan we als een speer. Onderweg komen we een aantal Imoca’s tegen, dat zijn van die foilende snelle boten, die varen nog eens ruim drie keer zo snel.

Nog leuker is dat we twee dolfijnen zien, die zwemmen een paar honderd meter mee. Te kort om op foto vast te kunnen leggen.

Rond negen uur zijn we in Sainte-Marine. De steigers lijken vrij vol, dus we pikken maar weer een mooring op om aan te liggen.

Maandag 23 juni Sainte-Marine – Penfret, Îles des Glenan

Sainte-Marine blijkt een klein plaatsje te zijn met een leuk baaitje.

We worden wakker met regen, dat is alweer even geleden! ‘s Ochtends is het bewolkt met af en toe wat miezer, maar ‘s middags klaart het weer helemaal op. Aangezien de windmeter het niet meer doet gaat Huib weer eens lekker aan de slag om het probleem op te sporen. Gisteren hebben we de meter bovenuit de mast gehaald. Na wat meten denkt Huib te weten welk kabeltje niet meer goed is. Hij belt een bedrijfje een in de buurt en in z’n beste Frans legt hij uit wat hij zoekt. Als ze elkaar goed begrijpen hebben ze het kabeltje op voorraad, dus komende dagen moeten we daar langsgaan.

Begin van de middag maken we een wandeling door het bos op de oevers van de Odet. Wel leuk om in het bos te lopen met iedere keer een mooi uitzicht op de rivier.

Langs het hele stuk liggen overal boten aan moorings, dat heb je in Nederland niet.

Nadat we boodschappen hebben gedaan en de watertank weer gevuld hebben, zeilen we naar Île des Glenan. Dit zijn meerdere eilanden zo’n twintig kilometer uit de kust met een paar gebouwen erop, verder helemaal niets. De wind bepaalt achter welk eiland we gaan liggen, want de voorspelling is dat die tot het begin van de avond vrij stevig is. We kunnen ook nu weer heerlijk zeilen, met een lekkere halve wind. We liggen prima beschut samen met vijf andere boten.

‘s Avonds wandelen we het eiland rond. Er staan verschillende gebouwen en tenten van een zeilschool, dat is op meerdere eilanden van de Glenans. Het ziet er allemaal erg leuk uit. We zien wel meer mensen in de leeftijd van begeleiding dan kinderen, vragen ons af hoe dat zit. Op een gegeven moment komt een van hen naar ons toe en verzoekt ons om de kinderen niet te benaderen, niet aan te kijken, niets tegen ze te zeggen en zo snel mogelijk het gebied van de zeilschool (=hele eiland) te verlaten….. Is dit een sociologisch experiment met die kinderen ofzo? Ook de vogels zijn niet blij met onze verstoring, dus we gaan maar weer veilig op de boot zitten!

Dinsdag 24 juni Saint-Nicholas, Îles des Glenan

Aangezien we aan de rand van de eilandengroep liggen, besluiten we op te schuiven naar een volgend eilandje, meer in het midden. Daar liggen een hele hoop moorings, waar we er een van oppikken. We liggen nu op een zeer idyllische plek, helderblauw water, een mooi zandstrand en een strakblauwe lucht. Het zandstrand waar we op uitkijken verdwijnt met hoogwater, waardoor het ook opeens twee eilanden blijken te zijn.

Ergens links liggen wij

We wandelen over het eiland, er zijn zelfs twee restaurants en ook de nodige dagtoeristen. Huib verzucht dat hij ergens op een rustige rivier aan een mooring of voor anker liggen leuker vindt dan dit, terwijl ik juist erg geniet van lekker om de boot zwemmen. Met die drukte valt het overigens erg mee, want op de verschillende stranden liggen amper mensen.

Toch niet echt druk

Het tijverschil is hier trouwens aanzienlijk minder dan aan de noordkant van Bretagne en de Kanaaleilanden. Op Jersey hadden we een verschil van negen meter, in deze buurt is het ‘slechts’ vier meter. In Nederland heb je dat alleen op de Westerschelde.

Woensdag 25 juni Îles des Glenan – Concarneau

We moeten het kabeltje in Concarneau ophalen, waar we in een kleine twee uur naar toe zeilen. Concarneau vinden we op een of andere manier lastig te onthouden, maar als een Engelse boot voor ons de haven oproept en het heeft over Con Carne, hebben we opeens een goed geheugensteuntje!

De haven ligt pal tegen een soort fort aan. Als we dat ‘s avonds gaan bekijken blijkt het een oud vestingstadje te zijn, met een compleet dorp binnenin. Het is echt heel erg mooi. En aangezien de winkeltjes dicht zijn is het ook heerlijk rustig qua toeristen.

Maar goed, onze missie is om dat kabeltje voor de windmeter op te halen. Alhoewel het bedrijfje Concarneau in de naam heeft, blijkt het ergens anders te zitten. Volgens google drie kwartier fietsen, dus wij vol goede moed op pad. Het blijkt een helse tocht te zijn met vrij steile heuvels op en neer en ondertussen brandende zon. Omhoog is het veelal lopen en omlaag weer erg hard in de remmen knijpen want op die vouwfietsjes durf je toch net iets minder hard naar beneden te scheuren.

Daar aangekomen ligt het kabeltje keurig klaar, 20% duurder dan verwacht, maar ja, daar zeuren we natuurlijk niet over. We vinden voor de terugweg een route waarbij we twee steile heuvels vermijden, maar wel een heel stuk over een stenig bospaadje met de fiets aan de hand moeten lopen. Dat doen we met veel plezier.

Als we weer terugkomen in de haven na deze uitputtingsslag zien we tot ons afgrijzen een busje van het bedrijf daar staan, hij had het kabeltje bij de boot af kunnen geven….

Deze haven heeft trouwens wifi (eerste keer sinds vertrek). Dat komt goed uit want ik moet een paar dingen voor m’n werk doen. Ook maar meteen even teams’en met m’n collega’s, supergezellig!

We hebben inmiddels wat wisselvalliger weer, worden met regen wakker, daarna opklaringen, maar groot deel van de dag bewolkt.

Donderdag 26 juni Concarneau – Doëlan

Het mooie weer is nu echt wel even op, ‘s ochtends miezert het. Nadat we de was hebben gedaan bij een echte wasserette vertrekken we rond de middag naar Doëlan, een dorpje aan de monding van een rivier. We hebben al een tijdje echt mazzel met de wind, want iedere keer hebben we de motor alleen nodig om de haven in of uit te komen of aan mooring/anker te gaan liggen. We lagen in Concarneau trouwens vrij krap voor en achter met een lastige wind om weg te komen. Onze achterburen hadden er veel moeite mee en raakten zowel onze boot als de boot voor ons. Gelukkig stond iedereen klaar met dikke stootwillen, dus geen schade. Toch fijn dat wij even later cool en composed op een achterspring wegkwamen.

In Doëlan liggen de moorings voor de bezoekers vrij ver vooraan. Er is verder niemand, maar als ik de havenmeester bel vertelt hij dat we ook achter aan een mooring vast moeten maken, zodat je niet om de mooring heen draait met het keren van het tijd. Dat is wel fijn, want daardoor liggen we ook haaks op de deining die naar binnen loopt. Qua ongemak is het wel prima te doen met die deining, alleen het bijbootje in- en uitstappen is licht uitdagend.

We maken een wandeling langs de rivier, het dorpje ligt echt heel mooi.

De gevangen vis wordt op de kade meteen verkocht en verder is er niet zoveel. ‘s Avonds lekker mosselen eten met uitzicht op de rivier. Die mosselen zijn trouwens wel een stuk kleiner dan de Zeeuwse variant. Die hebben blijkbaar wat meer eten in het water, goed voor de mosselen, slecht voor de waterkwaliteit.

We liggen naast de reddingsboot en die vaart ‘s avonds nog uit. We kunnen op de marifoon niet precies volgen hoe en wat, maar na een klein uur keren ze weer terug. Dat Frans over de marifoon kunnen we sowieso niet volgen. Ik probeerde vandaag of de google translate-app misschien te gebruiken was door m’n telefoon voor de marifoon te houden, maar daar kwam o.a. het volgende uit:

Vrijdag 27 juni Doëlan

Als we ‘s ochtends naar de havenmeester gaan om te betalen voor de mooring wil hij onze paspoorten en papieren van de boot zien. Vrij bizar, want dat laatste is echt nog nooit ook maar ergens gevraagd. Dit is een haventje van niets waar we de enige bezoekende boot zijn.

We maken een mooie wandeling naar de volgende rivier. Je kan echt mooi wandelen, zowel langs de kust als bijzonder oude paden langs velden en bossen.

Als we weer terug zijn bij de haven komt net de visser aan. Hij legt eerst aan bij een kade waar een aantal mensen (van restaurants misschien?) vis van hem koopt en daarna gaat hij naar een stalletje waar mensen al op hem staan te wachten. Ik koop ook een lekkere verse wijting.

Zaterdag 28 juni Doëlan – Port Tudy, Île de Groix

We vertrekken bijtijds voor de twee uur varen naar Île de Groix. Aangezien er bijna geen wind staat doet de motor het meeste werk. We denken dat het vrij druk is omdat het weekend is en het mooi weer gaat worden. De afgelopen dagen hebben we vooral af en toe miezerregen gehad. Volgens Huib is dat een duidelijk teken van de overgang van lagedruk naar hogedruk gebied. Die overgang duurt wat mij betreft wel wat lang! Maar vandaag is die waarneembaar, tijdens het varen zien we de regenbuien hangen met daarboven de zon die doorkomt.

De haven van Port Tudy blijkt uit twee delen te bestaan. Wij komen in de voorhaven, waar je met meerdere boeien voor en achter aan een mooring ligt. Het is er al gezellig druk, maar met dit systeem kan er altijd nog wel een boot bij.

We nemen de vouwfietsen mee in het bootje naar de kant en takelen ze daar omhoog (het is natuurlijk net laagwater).

Île de Groix is acht kilometer lang en drie kilometer breed en heeft een heus knooppuntensysteem voor fietsroutes. Je moet eerst vrij steil omhoog en daarna is het een soort vlakte met glooiende heuvels. Het is echt weer een erg leuk en mooi eiland, anders dan de anderen qua maat en mensen.

Zondag 29 juni Île de Groix

Als we ‘s ochtends de kant op gaan is er net een wrikwedstrijd aan de gang. Het is onderdeel van een competitie dit weekend waarbij om het eiland gezeild is, gekookt en dus dit onderdeel.

Aangezien we wel weer water willen tanken vragen we bij de Capitainerie of er een plek aan de steiger vrijkomt. Ze zal ons oproepen via de marifoon als er plek is. Dat is gelukkig al vrij snel en we komen op een plekje recht tegenover de trailerhelling te liggen. Dat blijkt de oppik- en afzetplek van de haven te zijn, het is een doorlopende voorstelling voor onze neus. Het is zondag en erg mooi weer, dus veel mensen gaan met zo’n open motorboot het water op. Hele kinderwagens worden ingeladen, er staan oude mannetjes met hengel te wachten om opgepikt te worden, gezinnen met kleine kinderen die alle kanten opvliegen, mannen die slecht sturen en naar hun vrouw schreeuwen dat ze de boot vast moet maken, etc. We hadden de hele dag wel kunnen blijven kijken, maar zijn op gegeven moment toch maar op pad gegaan om meer van het eiland te zien.

Île de Groix is onze zesde eiland en ieder eiland vinden we weer erg leuk en mooi, maar dit is toch wel een favoriet. Een mooie kust en vooral de bedrijvigheid in de haven maken het erg leuk.

De grote veerboot komt ook in de haven aan en draait vlakbij de boten die aan de moorings liggen, ook vrij spectaculair.

Maandag 30 juni Île de Groix – Le Palais, Belle-Île-en-Mer

We varen ‘s ochtends eerst naar een mooie baai en gaan daar voor anker om lekker te zwemmen en te luieren. In de loop van de middag gaat er wind uit de goede richting komen, dus daar wachten we eerst op. Het is zalig weer en zelfs Huib waagt zich met z’n voeten in het water!

We vertrekken toch weer iets te vroeg, rond drie uur, want de eerste twee uur staat de motor aan vanwege gebrek aan wind. Daarna komt er gelukkig toch alsnog een mooie wind en zeilen we de laatste twee uur naar Belle-Île-en-Mer. Een veelbelovende naam! Het ziet er van een afstandje in ieder geval mooi uit, met een groot fort bij de ingang van de haven.

We hebben mazzel want we hadden niet heel goed gekeken hoe het zat met de haven en de tijden, maar als we aankomen blijkt dat de sluisdeur bijna opengaat, waardoor we binnenin het stadje kunnen liggen, op rustig water. We komen aan de kade te liggen tegen een Nederlandse boot aan. Er liggen nog meer Nederlanders, ze kennen elkaar omdat ze allemaal een vaste ligplaats in Bretagne hebben.

Dinsdag 1 juli Belle-Île-en-Mer

Ook Belle-Île blijkt mooi te zijn. Op de fiets scheuren we een deel van het eiland rond. Ze hebben een kaart met fietsroutes, dat wil zeggen b-wegen waar weinig auto’s komen. Ze zijn zo aardig geweest om ook de steile stukken te markeren, zodat je je er alvast op voor kan bereiden.

We zien dat we ook prima in Sauzon hadden kunnen liggen, ook een mooi plaatsje, waar ze ook leuk bier verkopen!

De noordkust is wat liefelijker, de zuidkust een ruig gebeuren. Het is wel bijzonder, op sommige plekken is het zo plat als een pannenkoek en dan gaat de kustlijn opeens steil omlaag de zee in.

De zee knalt tegen de steile rotsen aan, met grotten op sommige plaatsen. Echt indrukwekkend.

‘s Avonds wandelen we nog naar de citadel, die helaas vanwege renovatie gesloten is, maar je kan er wel omheen wandelen. Ook dit is een ontwerp van Vauban, die man heeft heel Frankrijk gefortificeerd. Twaalf van zijn bouwwerken staan op de werelderfgoedlijst, deze in Belle-Île heeft die lijst niet gehaald, maar ziet er toch indrukwekkend uit.

We zijn ‘s avonds trouwens helemaal kapot van al die heuvels.

Woensdag 2 juli Belle-Île – Île-d’Houat

Het volgende eiland lonkt alweer: Île-d’Houat. Het zijn zulke lekkere kleine afstanden, in ongeveer twee uur zijn we er wel. Bij het verlaten van de haven van Les Palais worden we geassisteerd door de zeer actieve havenmeesters in hun ribjes. Het is niet heel ruim en de Fransen lijken niet de beste aanleggers van de wereld te zijn. De havenmeesters zijn zeer precies in wie wanneer waar mag liggen en vertrekken en duwen of trekken de boten ook even de goede kant op. Best handig eigenlijk, mogen ze in sommige havens in Nederland ook wel doen (Terschelling, Scheveningen bijv).

Het haventje van Île-d’Houat ligt aan de noordkant en biedt niet superveel beschutting voor de voorspelde noordenwind, dus we varen naar een grote baai aan de oostkant en gaan daar voor anker. Het is een schitterende plek en er liggen ook meer boten (‘s nachts dertig).

Het is een groot deel van de dag beetje bewolkt, maar als we rondlopen op het eiland trekt het net helemaal open. Onze landing gaat trouwens niet helemaal vlekkeloos….

Volgens de infoborden is Houat drie km lang en 1,5 km breed en wonen er iets meer dan 200 mensen. Het grootste verschil is dat er geen asfalt ligt. Tot nu toe hebben ze echt overal asfalt liggen, van gevel tot gevel ongeveer. Hier ligt vooral beton en dat is al een hele verbetering!

We kijken wat rond in het dorpje en besluiten morgen het eiland rond te wandelen.

Als we in de kuip zitten te borrelen komen er meteen een paar meeuwen die denken dat ze ook zijn uitgenodigd.

Donderdag 3 juli Île-d’Houat – Le Bono, Golfe du Morbihan

Wat zo’n idyllische plek leek, bleek ‘s avonds een regelrechte rampplek te zijn. We hadden de windvoorspelling weer iets te optimistisch bekeken en tegen de tijd dat we wilden gaan slapen draaide de wind door naar het noordoosten en nam toe. Voor wind vanuit die richting bood het eiland geen beschutting en de deining was echt afgrijselijk. We werden alle kanten op geslingerd en deden de eerste helft van de nacht geen oog dicht. Daarna nam de wind wat af en hebben we nog iets geslapen.

Lastig slapen met deze bewegingen en dat was nog maar het begin, later schommelde de boot over beide assen.

Bij het wakker worden meldt Huib meteen dat we gaan vertrekken, die wandeling over het eiland komt nog wel een keer, hij wil hier weg! Wel jammer, want ik wil nog wel langer blijven, maar inderdaad, de deining is nog niet helemaal weg en we zijn getraumatiseerd na deze nacht. Verder heb ik gewoon spierpijn van het schrap zetten in bed. Gelukkig staat er een mooi windje en we zeilen in een paar uur naar de ingang van de Golfe du Morbihan. Dat is een soort grote binnenzee met veel eilandjes enzo. Wat meer beschut, nog wel zout en op sommige plekken zeer sterke stroming. Met name ook bij de ingang van het gebied kan een zeer sterke stroming staan, daar moet je niet op het verkeerde moment komen.

Onderweg komen we een grote school dolfijnen tegen. Een aantal zwemt heel even rondom de boot, maar de grote groep zwemt net iets achter ons. Het is weer fantastisch om te zien, er zijn er ook een paar die helemaal uit het water springen, schitterend.

Eenmaal in de Golfe varen we door naar een baaitje waar we vastmaken aan een mooring om vervolgens ons bed in te duiken, eerst even bijslapen. Na de dut een lekkere duik en dan kan de dag opnieuw beginnen! We doen nog boodschappen in een leuk dorpje en varen daarna door naar de rivier Auray. Op een mooie plek in de buurt van Le Bono gaan we weer aan een mooring liggen. Het is een wat smaller deel met beboste heuvels waar mooie huizen tegenaan staan.

Vrijdag 4 juli Golfe du Morbihan

We hebben deze plek uitgekozen omdat het een mooie en beschutte plek was om aan een mooring te liggen. Als we de kant op gaan blijkt het echter ook daar heel mooi te zijn. Het is tien minuten wandelen door het bos naar het dorpje en onderweg komen we een tumulus tegen. Als echte Drenten gaat ons hart natuurlijk sneller kloppen en helemaal als blijkt dat deze echt wel groot en bijzonder is. Het is een grafheuvel van meer van 5.000 jaar oud met binnenin een grafkamer van 18 meter lang, met 36 pilaren die 14 dekstenen dragen. Het bijzondere is dat er een bocht in de grafkamer zit. In Drenthe zou hier een bezoekerscentrum en alles bij staan, maar deze ligt gewoon ergens in het bos met een eind verderop een informatiebord.

Le Bono is een dorpje met een droogvallend haventje en van daaruit zijn de huizen tegen de vrij steile heuvels gebouwd.

Er ligt een bekende Frans zeiler op de begraafplaats, Bernard Moitessier. Hij deed mee aan de eerste Sunday Times Golden Globe Race in 1968-1969. Dit was een non-stop solo zeilrace. Op dat moment was er nog niemand solo non-stop rond de wereld gezeild. Moitessier lag na driekwart van de race op kop, maar besloot niet te finishen. Hij zeilde door naar Tahiti. Het was wel een bijzondere race, want een van de negen deelnemers, Crowhurst, belazerde de boel. Hij is nooit verder gekomen dan de Atlantische oceaan, maar gaf valse posities door. Dat deed hij vrij slim, dus niemand had het door en hij zou de winnaar worden. Toen hij door kreeg dat er enorme aandacht voor hem zou zijn bij terugkeer, werd hij bang voor ontmaskering en is hij doorgedraaid. Uiteindelijk schreef hij een zelfmoordbrief en sprong overboord, heel tragisch. In het dorp was over deze wedstrijd en Moitessier in het bijzonder op een pleintje een soort tentoonstelling ingericht..

Na nog wat rondkijken en een erg lekkere lunch wandelen we via de tumulus weer terug naar de boot voor een frisse duik (het is 28 graden).

Begin van de avond varen we naar het begin van de Golfe want morgenochtend willen we een nieuwe poging doen naar een van de kleine eilandjes voor de kust. Er wordt zondag wel harde wind voorspeld, maar volgens de havenmeester lig je er met westenwind goed beschut. We gaan het zien.

Zaterdag 5 juli Golfe du Morbihan – Île-d’Hoëdic

Op naar eiland nummer tien en een van de kleinste: Île-d’Hoëdic. We spoelen lekker de Golfe du Morbihan uit wat wel fijn is want er staat erg weinig wind. We motoren dus vooral in iets meer dan twee uurtjes naar het eiland. Daar wacht ons een nieuw type mooring: een madeliefje-mooring. Er liggen drie stevige moorings in de haven en aan iedere mooring kunnen minstens tien boten vastmaken. Uiteindelijk liggen we ‘s avonds met elf boten aan een mooring, heel gezellig.

We liggen toevallig precies naast een Feeling 346, andere uitvoering, maar wel dezelfde boot. We zien hier sowieso veel meer Feelings dan in Nederland. Komt natuurlijk doordat de werf een stukje verderop stond.

We wandelen het hele eiland rond, dat is een wandeling van 8,5 km. Het is grotendeels rul zand, best zwaar wandelen dus. We komen langs allemaal mooie strandjes, de nodige overblijfselen uit het neolithische tijdperk (hunebed-lookalikes) en natuurlijk een fort.

Het eiland heeft een roerige geschiedenis en het was lange tijd een zwaar leven. Pas in de jaren zestig werd het aangesloten op het elektriciteitsnet en vanaf de jaren negentig is het toerisme de belangrijkste bron van inkomsten. Er wonen nu iets meer dan 100 mensen. Het grootste deel van de huizen zijn tweede woningen.

Begin van de avond drinken we wat bij het café van het eiland. Het is zeer vermakelijk om alles te observeren. De zes(!) jeu de boulebanen worden goed gebruikt, het bier wordt ook daar geserveerd. Verder wordt er alleen drinken verkocht, dus meegenomen chips of friet die je bij de achterbuurman koopt, kun je zonder problemen opeten.

Honderd inwoners maar wel zes jeu-de-boulesbanen! ‘s Avonds werden ze goed gebruikt

Zondag 6 juli Île-d’Hoëdic

Vandaag nog een dagje eiland. We verkennen dit keer het ‘binnenland’ van het eiland nog wat beter, o.a. het fort. Het meest bijzondere aan dit fort is dat het niet door Vauban is ontworpen, een zeldzaamheid.

Verder staat er aardig wat wind en aangezien we allemaal tegen elkaar aanliggen rondom die ene mooring, is iedereen ook de hele tijd bezig met lijntjes nog wat strakker zetten en boeitjes tussen de boten duwen enzo. Ondanks de stevige wind komen er gewoon drie boten van een zeilschool met kinderen tussen de 10-15 jaar binnen. Er zijn ook een paar boten vertrokken, ‘s avonds liggen we weer met elf boten als de blaadjes van een madelief rondom de mooring.

Aangezien we hier wifi hebben (tweede keer pas), ook een goed moment om een kaartje te maken van de route tot nu toe.

Het steekt enigszins schril af tegen de afstanden die Marije en Jorrit in hun drie weken hebben afgelegd:

Maar ja, dat mijlenvreten komt voor ons ook nog, want we moeten uiteindelijk ook terugvaren naar Nederland.

Maar komende week wordt het weinig mijlen maken vermoed ik, want dinsdagavond komt Floor met vriendin Quinty. Die komen geloof ik niet om zoveel mogelijk te zeilen…..

Maandag 7 juli Île-d’Hoedic – Golfe du Morbihan

‘s Ochtends scharrelen we nog wat rond op het eiland. Bij het stadhuis ligt een interessant boekje met allerlei gegevens over alle eilanden rondom Bretagne en naastgelegen provincies, die hebben een soort samenwerkingsverband. Het blijkt dat op alle eilanden in ieder geval basisonderwijs gegeven wordt en op veel eilanden zijn zelfs middelbare scholen. Het aantal inwoners varieert tussen de 97 en ruim 5.000, dus echt wel bijzonder.

‘s Middags varen we weer terug naar de Golfe du Morbihan. Aangezien er nog steeds aardig wat wind staat leggen we een rif in het grootzeil en rollen de fok ook niet helemaal uit. Als we echter eenmaal zeilen, valt het wel mee met die wind, dus riffen er weer uit. Meteen schiet de wind door naar windkracht vijf. Zo gaat het eigenlijk de hele middag. Fok iets in vanwege de wind, meteen minder wind, fok weer uit, wind trekt aan. Een waardeloze zeiltocht, maar we komen er wel.

Eenmaal in de Golfe pakken we de stroom lekker mee op het kritische stuk. Vlak voor Vannes pikken we een mooring op, morgen het laatste stukje naar Vannes. Begin van de avond komen Floor en Quinty daar aan.

Dinsdag 8 juli – Vannes

Vannes kun je alleen rondom hoogwater en als de haven open is invaren, vanochtend kan dat alleen tussen 7:30 en 7:45. Als we wegvaren van de mooring zien we een boot liggen waar we drie jaar geleden in Normandië tijdje mee op voeren, wel toevallig. De haven is aan een langgerekt stuk kanaal. We krijgen een mooie plek tegen het centrum aan.

Eerst gaan we eens even goed poetsen en wassen, dat werd wel weer eens tijd.

‘s Middags de stad in. Vannes is echt erg leuk en mooi. Voor een plaats met 54.000 inwoners heeft het een erg groot historisch centrum.

Floor en Quinty zijn er rond half 6, dat hebben ze supersnel gedaan. Na de borrelplank gaan we lekker ergens eten.

Daarna nog naar een jazzfestival. Dat is deze dagen in Vannes, leuk en gezellig om even te kijken. Helaas zijn we net te laat voor de workshop swingdancen die een uur eerder gegeven werd. Zag er echt erg leuk uit.

Woensdag 9 juli – Dinsdag 15 juli Weekje met Floor en Quinty

Floor en Quinty zijn een week op de boot. Gelukkig is het bijna alle dagen erg mooi weer, zelfs boven de dertig graden, dus de doelstelling van bruin worden wordt ruimschoots gehaald. We verkennen eerst de Golfe du Morbihan verder en daarna gaan we naar Île-d’Houat en Île-d’Hoëdic. De meeste dagen wandelen we in de ochtend, gevolgd door veel geluier, gelees en gezwem in de middag. Iedere keer dat we het warm hebben plonzen we weer het water in vanaf de boot. We proberen onze zwem- en duiktechniek te verbeteren. Niet alle pogingen daartoe zijn even geslaagd (details laat ik op verzoek van betrokkene achterwege, maar laat ik zeggen dat het er net wat minder spectaculair uitzag dan deze persoon in haar/zijn hoofd had).

Zalig drijven op de stroom en het zoute water

Huib is iets minder fan van temperaturen boven de dertig graden

‘s Avonds zeilen we meestal naar een volgende plek. We liggen bij Île-d’Arz, Île-aux-Moines en opnieuw bij Le Bono op de rivier Auray. Nadat we bij Le Bono water getankt hebben varen we weer naar de uitgang van de Golfe om de volgende dag op tijd naar buiten te spoelen. We ankeren eerst in een baai bij Île-d’Houat en varen eind van de middag naar Île-d’Hoëdic. Op maandag varen we weer terug naar Vannes. Dinsdagochtend vertrekken Floor en Quinty weer naar Nederland.

Île-aux-Moines en Île-d’Arz zijn de enige van de ongeveer veertig eilanden in de Golfe waar je aan land mag. Alle andere eilanden zijn privébezit, je mag daar alleen langs de waterlijn komen, zodat de strandjes wel door iedereen benut kunnen worden. Beide eilanden zijn erg leuk, vooral het dorpje op Île-aux-Moines.

Ook op deze eilanden zijn veel historische overblijfselen, megalieten. Deze dagen wordt net bekend dat een aantal in deze streek op de werelderfgoedlijst wordt opgenomen.

Na Vannes liggen we overal aan een mooring of aan het anker, dus we scheuren met het bootje naar de kant. Vier in het bootje past gelukkig goed.

Zondag wordt duidelijk dat het voor iedereen een lang weekend is in verband met de nationale Quatorze juillet. In de baai bij Île-d’Houat liggen nu ruim honderd boten (vorige keer ongeveer dertig) en de haven van Hoëdic ligt ook heel wat voller dan de vorige keer.

Bij Houat ligt iedereen voor anker en als de wind wat toeneemt levert dat vermakelijke taferelen op. Een man die achter z’n losgeslagen bijbootje aanzwemt, een boot die net niet op een andere boot knalt omdat het ankeren niet goed lukt en verder boten die vertrekken op het zeil en daarbij rakelings langs andere boten zeilen in de overvolle baai. We komen ogen tekort!

Als we op Hoëdic wat drinken bij het café blijkt dat het bier al helemaal op is, terwijl de avond nog lang is. Gelukkig komt de volgende ochtend nieuwe voorraad met de eerste veerboot. Het blijft een vermakelijk café, afrekenen als je weggaat en dan zelf even bijhouden wat je hebt gebruikt.

Als we maandagavond weer terugkomen in Vannes blijkt het 14 juillet-feest precies op de kade bij de haven plaats te vinden. Op de live muziek wordt volop ge(volks)danst door de Bretons, ook door de jongeren.

Dinsdagochtend rond half zeven vertrekken Floor en Quinty weer. We gaan ze missen! Quinty heeft de hele week zalig gekookt, nu zijn we weer aangewezen op onze fantasieloze maaltijden.

Quinty’s compilatie van de week

Woensdag 16 juli Vannes – La Roche-Bernard

Na het vertrek van Floor en Quinty blijven we nog een dagje in Vannes. De komende week is een soort ‘tussenweek’ want zondag komen Eveline en Eric om een weekje mee te varen. We willen eigenlijk wel beginnen met de terugweg, maar er wordt alleen maar westenwind voorspeld en dat is precies waar wij heen moeten. We besluiten daarom om nog iets verder naar het oosten te varen, naar de rivier La Vilaine. Dat is ongeveer 40 mijl, dus weer eens een langere dag varen.

Eerst motorzeilen we naar de uitgang van de Golfe du Morbihan en daarna linksaf richting La Vilaine. We zeilen daarna met een goede wind richting de monding van de rivier, groot deel met de wind recht van achter. Als we daar zijn en naar binnen willen varen hebben we niet heel veel water onder de kiel. We krijgen het wat benauwd want het wordt nog iets ondieper. Het is net rond laag water, dus we besluiten eerst weer om te keren en iets later naar binnen te varen zodat er wat meer water is. We zijn niet de enige met deze aarzeling. Pas als er een aantal anderen naar binnen varen, durven wij ook. Voor het eerst deze vakantie moeten we een sluis door. Er staat een mannetje op de kant alles te regelen, hij schreeuwt er lustig op los, zowel door de marifoon als rechtstreeks als we de sluis in- en uitvaren. Hij is ronduit irritant en gelukkig kan hij mijn Nederlandse verwensingen aan zijn adres niet verstaan.

Daarna is het nog een klein uurtje naar La Roche-Bernard over een vrij brede rivier. Er liggen veel vissersboten op de rivier. Ze zijn een stuk kleiner dan de Nederlandse boten en sommigen zijn specifiek voor de oesterteelt.

Het waait ondertussen best stevig en we kunnen niet echt een plek aan de steiger vinden, dus we pikken maar weer een mooring op, lekker rustig.

Donderdag 17 juli La Roche-Bernard

We liggen in een mooie omgeving en voor het eerst op zoet water.

Dat betekent dat we de buitenkant van de boot kunnen schoonmaken en alle touwen enzo kunnen ontzilten. Alles wordt echt erg zout van dat varen op zee. Aangezien je geen kraanwater mag gebruiken om de boot schoon te maken hebben we de boot nog niet kunnen poetsen.

We kijken wat rond in het dorp en maken de bruggenwandeling. In de oorlog is de brug over de rivier gesneuveld en daarna is er een nieuwe brug gebouwd. Toen het verkeer toenam is er vervolgens nog een soortgelijke brug gebouwd. Als we bijna bij een van de twee bruggen zijn, moeten we tot onze verbazing weer afdalen naar de rivier in plaats van omhoog naar het niveau waar de auto’s rijden. Het blijkt dat er onder de brug een boogtrap is waar wandelaars kunnen over steken. Heel bijzonder.

De boog onder deze brug is dus een trap

Er staan nog een paar pijlers van de oude brug, ook heel mooi.

Vrijdag 18 juli La Roche-Bernard – Île-d’Hoëdic

We besluiten dat dit het verste punt van onze vakantie is en varen vandaag weer richting de Golfe van Morbihan. In de sluis staat weer dezelfde schreeuwerd, maar ik heb van Huib instructie om me dit keer in te houden. Als we op zee zijn is de wind zeer wisselend. Als onze slagen richting Morbihan steeds slechter worden besluiten we om toch weer naar Hoëdic te varen, dit kleine eiland blijft trekken.

De laatste uren zeilen we met een lekkere wind er naar toe. Het is nu veel rustiger dan vorige week, gelukkig.

Zaterdag 19 juli Île-d’Hoëdic – Quiberon

Er wordt de komende dagen veel wind verwacht, maar we hoeven pas zondag in de loop van de dag in Vannes te zijn. We varen vandaag naar Quiberon. Die plaats staat niet op het lijstje van plekken waar we naar toe willen, maar altijd leuk om naar nieuwe plek te gaan en qua wind kunnen we daar precies naar toe zeilen.

Eerst struinen we nog wat rond op Hoëdic en na de middag zeilen we naar Quiberon.

Krabbenpotten in de haven van Hoëdic, op zee kom je ze overal tegen

Opnieuw een redelijk kort stuk. De haven is prima, groter dan waar we de afgelopen periode hebben gelegen en daarmee minder charmant, maar verder prima. We hebben in een aantal havens in de regio punten gespaard de afgelopen weken en daarmee krijgen we nu een gratis overnachting, daar worden we blij van!

Zondag 20 juli Quiberon – Vannes

Er wordt al aardig wat wind voorspeld dus we leggen maar een rif in het zeil voor vertrek. We hebben de wind redelijk recht van achter en inderdaad staat er een goede windkracht vijf als we buiten de haven zijn. Meer dan wat uitschieters naar zes is het niet, dat valt dan toch weer mee. Zeker met de wind achter en het zonnetje erbij is het prima.

Als we de Golfe du Morbihan in varen zorgt de combi van wind en stroming er voor dat we lekker vlot richting Vannes zeilen.

Het water is hoog genoeg om de haven in te kunnen. Aangezien er vanwege de wind niemand uitvaart, is er geen box vrij. We liggen op een prima plek gestapeld, Eveline en Eric kunnen de auto vlakbij de boot parkeren. Tegen de tijd dat zij arriveren regent het, helaas net de omslag naar minder weer.

Maandag 21 juli – zaterdag 26 juli Weekje met Eveline en Eric

Ook Eveline en Eric varen een weekje mee. Aangezien we zo langzaamaan weer richting huis moeten gaan varen, pikken we ze in Vannes op en gaan ze na een week vanuit een andere haven met de trein weer terug naar Vannes.

Voor de zes dagen dat ze meevaren hebben we een zeer gevarieerd programma, een soort van light versie van onze tien weken. We liggen aan steigers, aan gratis moorings, aan mooring voor en achter, met meerdere boten in een pakje aan mooring voor en achter en vallen ook nog droog. Na een dagje Vannes gaan we naar Ile-aux-Moines, vervolgens naar Port Tudy op Belle-Ile-en-Mer en de volgende dag naar Sauzon op hetzelfde eiland. Van daaruit weer door naar Ile de Groix en daarna gaan Eveline en Eric vanuit Port Louis/Lorient met boot/bus/trein weer terug naar Vannes. Qua weer is het ook gevarieerd, met regen en strakblauwe lucht en alles daar tussenin.

Op zowel Belle Ile als Ile de Groix huren we elektrische fietsen. We scheuren heel wat harder die heuvels op dan met onze vouwfietsjes!

Als Eveline haar derailleur afbreekt op een steile helling blijkt dat je je eigenlijk helemaal niet hoeft in te spannen. We zijn nog best een stuk van Port Tudy af, maar gelukkig is het voldoende als ze maar een beetje druk op haar trappers houdt, dan doet de motor de rest, ook zonder ketting enzo.

In de haven van Sauzon op Belle Ile hebben Huib en ik nog niet gelegen, dus het is leuk om daar ook een nacht te liggen. We liggen het liefst vrij van deining en dat betekent dat we in de binnenhaven gaan liggen. Die valt nagenoeg helemaal droog. Het is mooi zand, dus we kunnen zo naar de kant lopen. Het is een gezellige en pittoreske haven.

Rondom de Emergo (links) blijft net een laagje water staan, verder valt de haven erg droog

Als we op Ile de Groix langs een kerkje fietsen horen we muziek. Er wordt gerepeteerd voor een concert die avond, waar we heen gaan. Het is erg mooi, kortere stukken voor orkest en koor en solo’s van een sopraan. We zitten op de eerste rij en het is leuk om de interactie tussen de musici onderling en dirigent te zien.

Het orkest bestaat uit jonge musici onder leiding van een ervaren eerste violist (www.orchestrealbatros.com). Het is donker als we met het bootje weer naar de Emergo peddelen.

Zaterdag zeilen we met een mooie wind naar Port Louis, dat ligt aan het begin van de baai bij Lorient. De volgende ochtend zwaaien Eveline en Eric ons eerst uit en stappen dan op de boot richting het station om terug te gaan naar de auto in Vannes. Ook dit was weer een erg gezellige week. Het is leuk dat ze nu een goed beeld hebben hoe onze vakantie er ongeveer uit ziet. Bijkomend voordeel is dat ik nu ook weer meer vakantiefoto’s van mezelf heb, Huib z’n collectie is nog niet erg groot.

Vanaf nu moeten Huib en ik serieus mijlen gaan maken richting huis. Het is ergens tussen de zes- en zevenhonderd mijl, gemiddeld varen we vijf knopen, dus we zijn nog lang niet thuis.

Zondag 27 juli – vrijdag 1 augustus Port Louise Lesconil – Camaret – Aber-Wrac’h – Ploughmanac’h – Guernsey

Als Eveline en Eric ons uitzwaaien in Port Louise begint het serieuze mijlen maken, iets waar we niet echt naar uitkijken. Het scharrelen langs eilandjes enzo is veel leuker dan eindeloze stukken zeezeilen, maar ja, we hebben weinig keus. De eerste uitdaging is om naar de noordkant van Bretagne te komen. De wind staat daar de komende week vooral tegen. Het bijzondere is dat hoewel onze koers wel wat varieert van west naar noord, we toch overal wind tegen hebben. De wind krult netjes mee met de bochten.

De pijltjes geven de richting aan

De eerste drie dagen is het vooral motorzeilen. We besluiten eerst naar Lesconil te gaan, niets bijzonders maar het ligt op een goede afstand. De volgende dag door naar Camaret, omdat we daar ook diesel kunnen tanken. Daarna gaan we ‘de hoek om’ naar Aber-Wrac’h. Vanaf daar varen we in twee lange dagen van 55 mijl via Ploughmanac’h naar Guernsey. Ik bereken op verschillende manieren hoever het is van Port Louis naar Sneek en krijg een lichte inzinking als ik op ruim 850 mijl uitkom. Na weer wat gepuzzel kom ik op 710 mijl en daarvan hebben we er nu 234 gevaren, dus dat is goede voortgang.

Nadat we de eerste dagen vooral de motor veel hebben gebruikt, kunnen we zodra we Ploughmanac’h uit zijn zeilen en pas voor het invaren van de haven van Guersney hoeven we de motor weer aan te zetten. Verder zien we echt heel veel dolfijnen, bijna iedere dag wel meerdere keren.

‘s ochtends vroeg bij het wegvaren uit Lesconil

Als we aan de noordkant van Bretagne varen hebben we voor het eerst ook weer ‘bow riders’, een groepje dolfijnen die minstens een kwartier met ons meezwemmen en rondom de boeg blijven opduiken.

Ook de Jan van Genten zijn weer zeer aanwezig, het is schitterend om ze met zo’n snelheid het water in te zien duiken.

In Aber-Wrac’h zijn we nog niet geweest. Net als Ploughmanac’h klinkt de plaatsnaam zeer Keltisch en als we daar aankomen is er laaghangende bewolking, waardoor het helemaal aan Wales doet denken.

We moeten tegen een andere boot aanliggen of buiten de haven aan een mooring. Aangezien we ook weer vroeg vertrekken is de mooring wel handig. De jonge havenmeester vraagt ons drie keer in zijn beste Engels of hij ons echt niet moet helpen met aan de mooring vastmaken. Als hij later langskomt voor het havengeld en ik hem bedank voor de service, wil hij mij ook bedanken, maar weet hij niet helemaal waarvoor, dus dan bedankt hij mij voor ‘being kind’, wat een schatje.

Als we in Ploughmanac’h aankomen is het water nog niet hoog genoeg om de haven in te kunnen. Er liggen moorings waaraan je kunt wachten. We liggen daar op een schitterende plek en aangezien de zon schijnt duik ik meteen het water in.

Donderdagavond komen we in Saint Peter Port op Guernsey aan. Als we de kant op gaan mis ik meteen de kleine mooie haventjes in Bretagne. Het is hier druk, veel herrie makende boten, veel verkeer, afvalcontainers die propvol zitten. Toen we er drie jaar geleden waren vond ik het juist allemaal erg leuk, nu voelt het anders.

We blijven een dagje op Guernsey voor we weer verder gaan. Als we de volgende dag hebben rondgefietst vind ik het toch weer een leuk eiland. Helemaal als ik in de Waitrose-supermarkt weer allerlei Engelse lekkernijen heb kunnen kopen!

Zaterdag 2 augustus – donderdag 7 augustus Guernsey – Alderney – Yarmouth – Brighton – Eastbourne – Dover

Op zaterdag hebben we een leuke dag op Guernsey. Het is mooi weer, we fietsen wat rond en vermaken ons wel. De dagen daarna is het een beetje uitmikken wat we doen qua wind. Zondags varen we door naar Alderney. Dat is het enige (bewoonde) kanaaleiland waar we nog niet geweest zijn en het weer is zondag op maandag gunstig voor een nacht op Alderney. De haven heeft geen steigers, je ligt er aan een mooring of voor anker. Met noordenwind ligt de haven vrij onbeschut, dus dan wil je er niet zijn. We vertrekken zodra we de haven op Guernsey uit kunnen en zijn in de loop van de middag op Alderney. Onderweg zien we echt heel veel Jan van Genten vliegen, ze scheren in groepjes zo mooi laag over het water. Ik weet er eindelijk een paar op de foto te krijgen.

We hebben mazzel, als we aankomen is er precies een mooring vrij. We gaan meteen aan land, want ons verblijf is maar kort. Het is het eerste eiland dat eigenlijk tegenvalt. Het landschap is erg mooi, maar het dorp is niet zo bijzonder. Het eiland is maar 5 bij 3 kilometer met een dorp en ongeveer 2.000 inwoners, maar toch zijn er veel auto’s en die domineren best wel. Het lijkt wel of alle inwoners voor alles hun auto gebruiken. Verder is er het Rock the rock-festival ofzo en dat betekent harde muziek tot vroeg in de ochtend. We horen het wel maar hebben er geen last van, maar het is niet wat ik bij zo’n natuureiland had verwacht.

Zicht op de Franse kust vanuit een opengestelde bunker. Alle inwoners van Alderney waren tijdens de oorlog geëvacueerd

We gaan in een restaurant bij de haven eten en dat is wel echt bijzonder lekker. Helaas staat er ‘s nachts toch wel deining, dus we liggen toch weer wat te rollen in ons bed. Daardoor zijn we zonder problemen op tijd wakker en vertrekken we om half zes naar Engeland.

Aangezien er voor maandag erg harde wind wordt voorspeld is het handig om zondag door te gaan naar Engeland, zodat we maandag in een haven kunnen liggen. Zondag is de wind ook stevig, maar doordat de wind van achter/opzij komt, is het goed te doen. Het is mooi weer en we doen 11 uur over de 66 mijl. Onderweg steken we de vaarroutes voor vrachtschepen over en twee keer roepen we een boot op omdat ze op ramkoers liggen. Toch bijzonder dat zo’n groot vrachtschip dan even voor je uitwijkt!

De ingang van de Solent (water tussen Isle of Wight en vasteland) was vrij onstuimig

We gaan naar de meest westelijke haven van het eiland Wight, Yarmouth. Dat is een klein en aardig dorpje. Maandag waait het inderdaad hard en ‘s middags regent het. We kopen een buskaart en zien vanuit de bus weer meer van het eiland.

De Needles nu vanaf de landkant

‘s Avonds klaart het op, als het goed is krijgen we nu weer mooier en stabieler weer.

We zijn van plan om nog naar een andere haven in de Solent te gaan, maar dinsdag staat er goede wind en de dag daarna bijna geen wind. Om van de Solent naar Brighton te gaan is een langere afstand en als we dat met weinig wind doen, wordt het een lange motordag. De extra Solentdag schrappen we dus en dinsdag varen we in een keer door naar Brighton. Het is een leuke vaardag, want het is deze week Cowes Week. Dat is zoiets als de Sneekweek, alleen dan groter en met grotere boten. We komen langs Cowes en op dat moment gaan de wedstrijden net van start. We moeten ons best doen om niet in een wedstrijd te belanden.

Het is leuk om er vlak langs te varen. Verder hebben we het best druk met de zeilen, want met de wind recht van achter is het de hele tijd zoeken naar de beste zeilvoering.

De volgende ochtend fietsen we naar Brighton, wat een sfeervolle (linkse) plaats is. Het is redelijk wat bijna vergane glorie, maar met de zon erbij ziet dat er altijd ‘authentiek’ uit. ‘s Middags varen we motorzeilend door naar Eastbourne. Voor donderdagmiddag wordt er veel wind voorspeld tussen Eastbourne en Dover. We twijfelen even, maar gaan toch maar wel. Dat is maar goed ook, want de wind is eerder te weinig dan te veel wat ons betreft. Met de wind recht van achter is het altijd fijn om wat meer wind te hebben.

De Engelse havens waar we liggen zijn allemaal vrij groot en met mooie voorzieningen.

Echt een wereld van verschil met de kleine Bretonse haventjes waar we de afgelopen maanden zijn geweest. Een steiger en een mooie schone douche is fijn, maar toch liggen we liever in een kleine haven aan een mooring met een havenmeester die je tegemoet vaart en contact maakt en even helpt enzo. Nu is het contact via de marifoon bij het binnenvaren en de mensen zijn ook echt heel aardig, maar het is toch anders.

Vrijdag een dagje Dover en dan zaterdag door naar Duinkerken en via de Belgische en Nederlandse kust omhoog.

Vrijdag 8 augustus – maandag 18 augustus Dover – Blankenberge – Vlissingen – Scheveningen – IJmuiden – Amsterdam – Lelystad – Trintelhaven – Brandemar – Oppenhuizen

Na een dagje Dover, varen we in een langere dag door naar Blankenberge. Aangezien er na maandag vooral noordenwind wordt voorspeld, kiezen we voor het noordelijker gelegen Blankenberge in plaats van Duinkerken.

In Dover maken we een mooie wandeling langs de kliffen

Het is een prima tocht met goede wind, alleen ‘s avonds wordt het wat minder comfortabel. Het is donker als we rond 11 uur ‘s avonds aanleggen in Blankenberge. De volgende dag varen we zeer scherp aan de wind naar Vlissingen, waar we een dag blijven. Meinte en Maartje komen gezellig eten, natuurlijk bij Brasserie Evertsen aan de haven. We hebben vanaf Noord-Bretagne tot Vlissingen bijna alles kunnen zeilen, maar nu is de wind wel aardig op en/of komt uit het noorden. Naar Scheveningen is de laatste lange tocht, met erg weinig wind helaas dus op de motor. Als we daar aanleggen staat Floor op de kant, wat een leuke verrassing! De volgende ochtend weer vroeg op om op de motor maar in ieder geval met stroom mee naar IJmuiden te varen.

Geen zuchtje wind op weg naar IJmuiden

Precies als we daar aankomen wordt het heel erg mistig. Het blijkt het vrij zeldzame fenomeen ‘zeevlam’ te zijn. Leuk om iets bijzonders te zien, maar wel jammer van het mooie weer, in de rest van Nederland is het stralende zon. ‘s Avonds gaan we met de fiets en trein naar Castricum om bij Gijs en Sanne te eten, ook leuk.

Als we de volgende dag in Amsterdam aankomen is de Marina niet beschikbaar in verband met de voorbereidingen voor SAIL. In de Sixhaven is nog wel plek, wel met de gebruikelijke creativiteit namelijk aan de palen van boxen waar al boten in liggen. We kunnen daar lekker in de schaduw in de wind zitten, want het is behoorlijk warm.

In Lelystad blijven we natuurlijk een dag voor ons laatste familiebezoek. De komende dagen staat er voldoende wind, maar wel pal tegen. We zeilen zaterdags eind van de middag naar Trintelhaven. Dat is aan de dijk Lelystad – Enkhuizen. Daar zijn we nog nooit geweest, er is ook bijzonder weinig, maar dat maakt het juist leuk.

Trintelhaven, (voormalige) werkhaven en vluchthaven

De volgende dag willen we via Stavoren naar de Fluessen, maar als we wat slagen hebben gemaakt en in de buurt van Enkhuizen zijn, blijkt Lemmer beter bezeilbaar te zijn, dus daar maar heen. De laatste nacht liggen we achter het anker op het kleine Brandemar, dat voelt wel als passend bij deze vakantie. Maandags varen we via Sloten, Woudsend en Sneek naar Oppenhuizen. Vlak voor Oppenhuizen gooien we nog het anker uit voor een paar uur om onze spullen in te pakken en de boot schoon te maken. Eind van de middag brengt Jorrit ons naar Assen.

En dan komt er toch ook nu weer een einde aan deze lekkere lange vakantie. We zijn negenenhalve week op pad geweest. We hebben genoten van het rondscharrelen in Zuid-Bretagne. De mooie eilandjes, kleinschalige havens, veel muziek, lekker eten, het was gewoon allemaal helemaal goed. De terugreis ging uiteindelijk ook prima en we hadden veel mazzel dat Jorrit en Marije de heenreis voor hun rekening hadden genomen. De eerste en laatste maand hadden we erg mooi weer, het middenstuk wat wisselvalliger, maar we hebben maar een paar keer onze zeilpakken kort aangehad.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

De hosting en het beheer van deze site wordt gesponsord door Jorrit-Photography