We hebben dit jaar vijf weken om een rondje Oostzee te varen. We vertrekken vanuit Sneek en varen via het Kielerkanaal naar de Oostzee. Via de Noord-Duitse kust bereiken we ons verste punt; het Deense eiland Bornholm. Vanaf daar varen we via Zuid-Zweden naar Denemarken. We gaan ook weer via het Kielerkanaal terug en dragen de boot op het Duitse Wad aan Jorrit en Marije over. Eveline en Eric varen een kleine week mee naar en rondom Bornholm,
Donderdag 16 juli – zondag 19 juli Oppenhuizen – Lauwersoog
Wat niet helpt om vlot op de Oostzee te komen is dat de wind in het noordoosten staat, precies waar we heen moeten. Het weekend is de verwachting dat deze meer naar het noorden/noordwesten gaat draaien, maar dat het dan ook erg hard gaat waaien. We hebben dus niet zo’n haast om weg te komen. Dat betekent dat we de eerste dag niet verder komen dan de Goëngarijpsterpoelen en daar nog gezellig met Jorrit & Marije eten. De volgende dag door via Leeuwarden naar Wiens aan de Dokkumer Ee. Aangezien het die dag mooi weer is, is de eerste duik van de vakantie al snel gemaakt, inclusief een foto van de boot vanuit het water.

Op zaterdag varen we door naar het Lauwersmeer. Als we aan de zuidkant aan een meerboei gaan liggen om even rustig te lunchen, liggen we daar eigenlijk wel prima en besluiten we de nacht daar te blijven. Zondag varen we tegen de wind in, windkracht 5/6, naar de haven in Lauwersmeer. Voor maandag en dinsdag ziet het er beter uit, het plan is om dan in een keer naar Cuxhaven of Brunsbüttel te varen.
Maandag 20 juli – dinsdag 21 juli Lauwersoog – Brunsbüttel
Het weerbericht is nog steeds prima qua wind, dus na de lunch gaan we de sluis door voor de tocht van 130 mijl naar het begin van het Kielerkanaal. We verwachten er 26 uur over te doen en het belangrijkste is dat we op tijd bij de Elbe zijn zodat de stroom daar mee staat. De eerste 2,5 uur varen we motorzeilend langs de westkant van Schiermonnikoog. Je moet daar een stukje naar het westen varen vanwege de zandbanken en net als de vorige keer, was dat stuk best pittig. Daarna draaien we de steven naar het oosten en kan de motor uit en die gaat pas vlak voor Brunsbüttel weer aan. We hebben halve wind en daardoor een vervelende deining, waardoor we ons allebei niet echt prettig voelen de eerste uren. Bij mij resulteert het zelfs in het legen van mijn maag. Gelukkig staat er zo’n groot IKEA-glas in de buurt, die vul ik, Huib gooit het overboord en ik kots het glas nog een keer vol, waarna Huib inmiddels routineus het glas weer leegt. Zo, dat hebben we gehad, het kan alleen maar beter worden! Dat wordt het ook wel, na een aantal uren voelen we ons allebei weer oké en het helpt dat we qua zeilen een makkelijke tocht hebben. De wind blijft de hele nacht goed doorstaan en daardoor schiet het echt lekker op. Zo lekker dat we aan het begin van de Elbe de stroom nog goed tegen hebben, dat is wel jammer. We overwegen nog ergens te gaan ankeren, maar zien geen goede plek, dus hobbelen maar door met wat minder snelheid. Daardoor doen we vrij lang over de laatste 30 mijl, maar de omstandigheden zijn prima, dus wat maakt het uit.

Als we bij de sluis van Brunsbüttel aankomen liggen er twee zeilboten te wachten. En te wachten. En te wachten. Na bijna twee uur dobberen op de Elbe zijn we gegroeid tot een groep van ongeveer veertig zeilboten die allemaal erg graag zo snel mogelijk door de sluis willen. De communicatie is belabberd. Uiteindelijk komt er een schutting voor de zeilboten. De sluis is gelukkig zo groot dat alle boten erin passen, het schaamteloze voordringen van de nodige boten maakte dus niet uit.
We hebben de hele Noordzee en Elbe in de buurt van een andere boot gezeild, wat altijd wel leuk is. ‘s Ochtends hebben we even contact via de marifoon, in de sluis liggen we aan hen vast en in de haven meteen na de sluis komen ze tegen ons aan liggen. Het schept toch een band zo’n tocht! Het zijn vier jongens die voor de eerste keer zo’n tocht maken. Op de Elbe hebben ze ook nog heel aardig een ‘actiefoto’ van ons gemaakt. We liggen vroeg in ons bed en horen ‘s nachts nog wel de grote vrachtboten de sluis in- en uitvaren, maar echt wakker worden we er niet van. Ze varen echt aan de andere kant van de steiger waar we aan liggen, dat is zo bijzonder.
Woensdag 22 juli Brunsbüttel – Flemhuder See
Vandaag een dagje motorzeilen over het Kielerkanaal (Noordoostzeekanaal). Het is bijna 100 kilometer lang. Ik heb het even opgezocht maar er gebruiken veel meer vrachtboten dit kanaal dan het Panamakanaal, al zijn die op het Panamakanaal gemiddeld wel veel groter. Hoewel het saai varen is, vermaken we ons toch prima zo’n dagje, er is altijd wel iets te zien, bijvoorbeeld de hoge bruggen waar we onderdoor gaan. Een daarvan is het meest bijzonder, daar hangt een veerpontje onder.

Het regent ‘s ochtends eerst nog een beetje, waardoor de herinnering aan dezelfde tocht vijftien jaar geleden samen met Gijs weer bovenkomt.


We besluiten bij kilometer 85 de Flemhuder See op te varen om daar voor anker te gaan en morgen het laatste stukje te varen. Het blijkt dat ankeren daar niet meer mag, maar er staan enorme stalen palen waar je aan moet leggen. Er is goed over nagedacht, maar ik vind het niets en vrees voor schade aan de boot als ik de boot daar tussen moet manoeuvreren. Volgens mij kost het bijna een half uur, maar dan liggen we toch tussen die palen, niet helemaal zoals de bedoeling is, maar we liggen goed vast. Het uitzicht is prachtig, ware het niet dat het instructiebord voor het aanleggen pal achter onze boot staat, da’s wel jammer.

Donderdag 23 juli Flemhuder See – Orth
Aangezien we allebei vroeg wakker zijn en we 45 mijl voor de boeg hebben plus de sluis, vertrekken we al om zes uur. Het is vaak wel heel mooi zo ‘s ochtends vroeg.

Wegvaren bij de palen is een stuk makkelijker dan aankomen. Het is nog rustig op het Kielerkanaal, ook als we na ruim een uur varen bij de sluizen komen. Als we de sluis oproepen krijgen we meteen antwoord, hij doet een grote sluis voor ons open! Wat een luxe, we kunnen meteen doorvaren en liggen helemaal alleen in een enorme driehonderd meter lange sluis.

We zijn op de Oostzee! We varen richting het open water van de Oostzee en slaan rechtsaf richting het eiland Fehmarn. We varen aan lager wal en de golven zijn vrij onaangenaam, maar als we verder varen en meer midden op zee komen, wordt het een stuk beter. We hebben een prima zeiltocht naar het dorpje Orth op Fehmarn.
Het dorpje bestaat uit niet heel veel meer dan de langgerekte haven die wat organisch is ingedeeld en daardoor een gezellige indruk maakt. Er is niet echt een plek vrij, dus we gaan aan een grote zeilboot liggen waar we weinig gastvrij worden ontvangen. Pas wanneer we de volgende ochtend vertrekken knoopt de bemanning een praatje met ons aan!

We fietsen later naar de Aldi in een ander dorp en zien wat meer van het eiland. Het is heel licht glooiend en vooral veel akkerbouw, onder andere vlas en gerst. Dat zie je volgens Huib niet veel in Nederland, dus maar even een foto van ons met gerst op de achtergrond.

Alhoewel we de ambitie hebben om te koken kunnen we het gezellige eettentje aan de haven niet weerstaan.

Vrijdag 24 juli Orth – Warnemünde
Het is niet echt scharrelen deze dagen, ook nu weer een langer traject van 41 mijl. Als we eenmaal onder de brug door zijn die Fehmarn met het vasteland verbindt, zeilen we met een mooie wind achter in een vrij rechte lijn naar Warnemünde. Het laatste uur valt de wind een eind weg en zetten we de motor bij, ook omdat er wat dreigende luchten achter ons aankomen. We zijn nu in het gebied van het voormalige Oost-Duitsland, wel interessant. Warnemünde is de kustplaats van Rostock. Morgen een ‘rustdag’, dan gaan we Hanzestad Rostock bekijken.
Het is vandaag wisselend bewolkt. Vlak voor zonsondergang komt de zon er toch nog even bij.

Zaterdag 25 juli Warnemünde & Rostock
Op deze niet-zeildag bekijken we ‘s ochtends eerst Warnemünde en ‘s middags nemen de de trein naar Rostock. Beiden zijn wel prima plaatsen. Warnemünde is bizar toeristisch, iedere tien minuten arriveert er een trein die een stroom toeristen uitspuugt. Van hier vertrekken ook cruises en zijn er veerdiensten naar Denemarken en Zweden. Rostock is vrij rustig, afgezien van het centrum.

Het is interessant te bedenken van wanneer gebouwen nu zijn, want er zijn echt oude gebouwen, na de oorlog herbouwde gebouwen, DDR-woonblokken en gebouwen van na die Wende. De Marienkirche in het centrum heeft de bombardementen in de oorlog overleefd en heeft een astronomische klok uit 1472 en het bijzondere is dat het nog steeds het originele uurwerk uit die tijd heeft. Het is een ingewikkeld geheel, maar wel heel mooi.



Zondag 26 juli Warnemünde – Vitte
We hebben onze wekker op zes uur staan, want het is ongeveer dertig mijl naar Prerow, ons doel voor vandaag. De voorspelling is dat het veel regent en de wind rond het middaguur uitgaat, dus vroeg vertrekken is dan wel handig. Als ik ‘s nachts een keer wakker ben en Windy check, is de voorspelling bijgesteld en blijft de wind toch doorstaan. Wekker dus maar uitgezet, maar we worden op tijd wakker en gaan op pad. Gaandeweg blijkt het een prima zeildag, goede wind en de regen valt wel mee.

Aangezien er morgen weer veel te veel wind wordt voorspeld, besluiten we door te zeilen en komen we uiteindelijk op ruim 60 mijl uit. Vitte is een dorpje op het eiland Hiddensee (gek dat een eiland ‘see’ heet, maar vooruit) wat tegenover Rügen ligt. Als we aankomen ligt de haven aardig vol, maar we vinden nog een laatste plekje waar het erg ondiep is, maar wij met de kiel omhoog precies de steiger kunnen halen. De haven heeft een leuke sfeer en een café/restaurant waar ze pizza’s hebben, dus we belonen onszelf na zo’n goede zeildag met een lekkere pizza.

Maandag 27 juli Vitte en Hiddensee
We zijn al wakker als er rond 7 uur een kleine Nederlandse zeilboot probeert voor ons aan de steiger aan te leggen. Helaas is het daar echt ondiep en als ze weer weg willen varen lopen ze helemaal vast. Een van de twee mannen stapt overboord en duwt de boot naar ons toe en dan liggen ze mooi vast aan ons. Ze lagen ergens anders voor anker, maar het waaide zo hard dat het anker niet hield. We blijken een van de twee te kennen van de roeielfstedenmarathon, toevallig.

‘s Ochtends regent het eerst nog, daarna klaart het op en eind van de middag weer een buitje. Het waait de hele dag echt erg hard, we zijn blij dat we niet op het water zitten.

Op de fiets verkennen we Hiddensee, wat een soort Waddeneiland lijkt, maar dan zonder getij. Er liggen ook zandbanken voor de kust, maar die vallen nooit droog ofzo. Het is een leuk (autovrij) eiland, met meerdere dorpjes. Vooral Vitte en Kloster zijn leuk. Het is altijd al een kunstenaarskolonie geweest, ook in de DDR-tijd.

Het is een lang en smal eiland, je hoort het beuken van de zee op de kust bijna de hele tijd. ‘s Middags maken we een wandeling naar een van de vuurtorens.

Dinsdag 28 juli Vitte – Lohme
We aarzelen enigszins over de tocht vandaag, want er wordt een vrij harde westenwind voorspeld. Het liefst varen we bovenlangs Rügen naar de noordoostkant, maar dat betekent dat we het eerste stuk waarschijnlijk een vervelende lagerwal hebben. De optie om langs de zuidkant te gaan betekent bijna twee keer zo veel mijlen maken om in Sassnitz te komen. Als onze buren in het kleine bootje vertellen dat ze via noord gaan, besluiten wij dat ook te doen. Gelukkig maar, want we hebben een zalige zeiltocht. We hebben het zeil gereefd, dat maakt het aangenamer, en de golfslag/deining valt erg mee. We varen langs de mooie rots- en klifachtige kust van Noord-Rügen.

Als we bijna bij de haven van Lohme zijn neemt de wind net toe. De haven ligt mooi beschut voor de golven, maar niet voor de wind, dus het aanleggen is een uitdaging. Gelukkig liggen er weinig boten dus we hebben veel ruimte en weinig publiek om ons geworstel te aanschouwen. Met de nodige moeite liggen we uiteindelijk op een goede plek. Het is een kleiner haventje dat erg mooi ligt, met het dorp iets boven de haven.

Als we naar het dorp willen lopen zien we dat er ook een wandelroute naar de Königsstuhl is. Geen idee wat het is, maar aangezien het 4,5 km is lijkt ons dat wel leuk. En dat is het ook. Een hele mooie wandeling door het bos langs de kust met uiteindelijk uitzicht op de witte kliffen.


Woensdag 29 juli Lohme – Sassnitz
Vandaag maar een klein stukje varen, het is slechts 7 mijl naar Sassnitz. Gelukkig maar, want er staat niet genoeg wind om te zeilen. We ruimen de boot op en poetsen de binnenkant want Eveline en Eric arriveren eind van de middag. Het is heel mooi weer en een stuk warmer dan de afgelopen weken.
Als Eveline en Eric er zijn drinken we even wat op de boot en gaan dan met de auto naar Prora. Daar is in de Nazitijd een Kraft durch Freude-project gebouwd. Het is een kilometers lang bouwblok waar 20.000 arbeiders vakantie zouden kunnen houden aan de kust. Uiteindelijk is het nooit afgebouwd omdat de oorlog uitbrak. Tijdens en na de oorlog heeft het verschillende andere functies gehad en na 1990 stond het jaren te verpauperen. De afgelopen jaren zijn er verschillende blokken opgeknapt en zijn er o.a. (vakantie)appartementen van gemaakt. Een deel moet nog opgeknapt worden. Het is echt een bijzonder complex.


Donderdag 30 juli Sassnitz – Rønne
Vandaag een spannende dag, want het is ongeveer 53 mijl varen naar Bornholm en Eveline haar ervaringen met zeezeilen zijn weinig positief. Ze heeft haar toevlucht genomen tot een bijzondere bril die zou moeten helpen. We hebben afgesproken dat ze ‘m pas opzet ruim nadat we de haven hebben verlaten.

We hebben een mooie halve wind en de zee is een beetje hobbelig, maar prima te doen. We gebruiken het mooie roze lichtweerzeil en zijn ongeveer 9,5 uur na vertrek in Rønne. Op het water is het zalig weer, zon met een lekker fris windje. Als we vlakbij Rønne zijn wordt de wind opeens veel warmer, als een warme föhn. Het fijne is dat Eveline helemaal niet zeeziek is geweest. Zou het nou door die bril komen of niet??
Eric en ik kijken later nog even rond in Rønne, wat niet echt indrukwekkend is. Op de terugweg maak ik m’n eerste duik in de Oostzee en wat is dat water ontzettend koud zeg. Het is ook niet erg zout, wat wel jammer is want daardoor zijn er wel muggen. ‘s Avonds blaast er opeens nog hele harde wind door de haven, windkracht zeven ofzo.
Bornholm is een Deens eiland, maar ligt dichter bij Zweden (50 km), Duitsland (100 km), Polen (125 km) dan Denemarken (150 km). Onderweg vroegen we ons af hoe de grenzen tussen die landen nu eigenlijk lopen. Als ik het ‘s avonds opzoek kom ik dit kaartje tegen, heel bijzonder.

Vrijdag 31 juli Rønne – Hammerhavn
Ons idee was om een rondje Bornholm te doen, maar de leukste havens en plaatsjes lijken op de noordelijke helft te liggen, dus we passen onze plannen aan. Het idee voor de komende week is nu als volgt:

Dat zijn allemaal kleine afstanden, vandaag is het minder dan 12 mijl naar Hammerhavn. Eerst lopen we nog een rondje door Rønne, waarbij we leukere straatjes tegenkomen dan gisteren.

Er staat iets minder wind, maar genoeg om met een fijne snelheid in Hammerhavn te komen.

Dat is een haven waar in het verleden allemaal graniet verscheept werd, het noorden van Bornholm was een belangrijke leverancier van graniet. In 2012 is de haven opgeknapt en kun je er liggen. Vanuit de haven heb je ook zicht op de grootste kasteelruïne van Noord-Europa. Aan het eind van de middag lopen Huib en ik erheen.

De haven is erg leuk. Er is alleen een kiosk en je kan met kleine bootjes een stukje de zee op. Toch is het er gezellig druk overdag. Het is ons al eerder opgevallen; Deense drukte lijkt minder rumoerig te zijn.

‘s Avonds eten we op de kade naast de boot, er staan daar picknicktafels. We zitten mooi, met uitzicht op de Oostzee, de boot en de kasteelruïne. Morgen blijven we hier een dagje.

Zaterdag 1 augustus Hammerhavn
Vandaag blijven we een dagje op deze leuke plek. Eveline en Eric pakken de vouwfietsen en bekijken de plaatsjes aan de noordoostkant. Huib en ik maken een wandeling rondom het bovenste stukje van Bornholm. Onderweg komen we langs twee mooie meren, waarvan eentje duidelijk een voormalige granietmijn is.

Eind van de middag lopen we met z’n vieren naar de kasteelruïne Hammerhus, waar Huib en ik dit keer het bezoekerscentrum bekijken. De wandeling alleen is al zeer de moeite waard.


Zondag 2 augustus Hammerhavn – Christiansø
Vandaag de langste etappe rondom Bornholm, namelijk naar het eiland Christiansø, zeventien mijl. Dit was een van de eerste marineforten ter wereld. Denemarken heeft het ontwikkeld toen ze zich in de 17e eeuw bedreigd voelden door Zweden. Het is het meest oostelijke stukje Denemarken. Er wonen ongeveer negentig mensen en ze zoeken een nieuwe directeur voor de school, liefst iemand met wat kinderen voor nieuwe aanwas.
We hebben een zalige zeiltocht erheen, precies mooi windje voor een ontspannen tocht. Eigenlijk zijn het twee eilanden, Christiansø en Frederiksø, en het water daartussen is de natuurlijke haven. We vinden een erg mooi plekje aan de Frederiksø-kant. We worden wel gewaarschuwd voor de rotsen onderwater dus ik duik maar even het water in voor een inspectie. Het is wat krap, maar als we het bijbootje opblazen als soort van bruggetje om aan de kant te komen liggen we prima. Als even later de buren vertrekken schuiven we een plek op en liggen we perfect.

De eilanden zijn nog altijd van de Deense defensie en alles is nog zeer authentiek. Dat betekent dat de huizen ook bijna allemaal erg klein zijn, er is nergens iets aangebouwd ofzo. Verder zijn er een winkeltje, restaurant, kiosk en nog een of twee andersoortige winkeltjes. Naast een camping en haven is er maar een handvol kamers beschikbaar, dus ’s avonds is het erg rustig. Een hele bijzondere plek. ‘s Avonds eten we erg lekker in hét restaurant van Christiansø.






Maandag 3 augustus Christiansø – Gudhjem
De voorspelling is dat er vandaag en morgen oostenwind staat en daarna draait deze weer terug naar het westen. We besluiten daarom Svaneke over te slaan zodat we dinsdag van de oostenwind gebruik kunnen maken voor de langere oversteek naar Zweden. Dat betekent vandaag de laatste zeilmijlen voor Eveline en Eric en het zeilt gelukkig weer erg lekker. We hoeven al langere tijd de motor alleen te gebruiken om de haven uit en in te komen, dat is echt zalig.
Gudhjem is ook leuk kustplaatsje met een kleine haven. Het dorpje ligt tegen de heuvels aan, dus het is flink klimmen als je even iets bij de supermarkt wil kopen.

‘s Middags bekijken Eveline en Eric het dorp en fietsen Huib en ik naar Østerlars. Daar staat een van de vier overgebleven ronde kerken van Bornholm. Het is echt een verrassend kerkje en erg mooi. Het is bijzonder dat als je binnenstapt in een ronde kerk het zo anders aanvoelt. Ze weten niet waarom de kerken rond zijn, er zijn verschillende theorieën over. De muren zijn erg dik met een trap tussen de binnen- en buitenmuur, waardoor je omhoog kan.





Morgen verlaten we het mooie en bijzondere Bornholm. We hadden mazzel met het vele mooie weer en de perfecte wind voor de zeiltochtjes.
Dinsdag 4 augustus Gudhjem – Ystad
We horen bij het uitvaren van de haven de kerkklokken precies acht uur slaan, we zijn mooi op tijd weg. Uitgezwaaid door Eveline en Eric zetten we koers naar Ystad in Zweden. Zij blijven nog een dagje op Bornholm en morgen met de boot terug naar Sassnitz.

We rekenen op een prima zeiltocht van bijna vijftig mijl, maar dat valt tegen. De wind is minder dan verwacht, dus de motor gebruiken we meer dan ons lief is. Verder regent het onderweg ook nog, kortom een tochtje om snel te vergeten.

Rond half zes leggen we aan in Ystad. We liggen voor het eerst sinds Lauwersoog weer in een grotere jachthaven. In het restaurant aan de haven worden we begroet met Dancing Queen van ABBA, we zijn echt in Zweden aangekomen!
Woensdag 5 augustus Ystad
Vandaag blijven we in Ystad. ‘s Ochtends eerst naar de Lidl, daar worden we wel blij van. Ze hebben in Zweden gewoon precies dezelfde lekkere pecanbroodjes als bij de Lidl in Assen! ‘s Middags bekijken we Ystad. Dat is natuurlijk bekend van de Wallander-detective. Alhoewel ik die wel gezien heb, herken ik echt helemaal niets en om nu een Wallander-tour te doen gaat me wat te ver. Het is een aardige plaats, niet spectaculair, maar gewoon aardig met mooie gebouwen enzo. Het valt wel op dat de mooie en lelijkere gebouwen elkaar afwisselen. Het is niet zo dat (een deel van) het centrum bijna helemaal uit gebouwen uit bepaalde periode bestaat.


Het is mooi weer en ik had me voorgenomen om ‘s middags ook te gaan zwemmen bij het strandje naast de haven. Het stomme is dat het zeewier dat op de rand van het water/strand ligt echt best wel stinkt, wat het niet erg aantrekkelijk maakt. Er is ook niemand in het water.
Donderdag 6 augustus Ystad – Trelleborg/Gislövs
Vandaag is het zover, voor het eerst deze vakantie moeten we tegen de wind in varen. Het lijkt een beetje alsof we mooiweerzeilers zijn die alleen maar met wind mee of halve wind varen, maar dat is dus niet zo. Toch zien we er wel een beetje tegenop, want het is wel even geleden en soms kan zo’n dag toch wel erg oncomfortabel zijn. Komt bij dat de voorspelling is dat de wind rond 14 uur behoorlijk aan gaat trekken, dus dan willen we wel in een haven liggen. Om kwart over zes varen we de haven uit en varen eerst ongeveer pal naar het zuiden. We maken wat langere slagen en komen rond half een in de haven van Trelleborg aan, keurig op tijd dus. Trelleborg heeft een grote veerhaven en wat verder naar het oosten en westen daarvan liggen twee jachthavens. De omgeving is weinig bijzonder, maar we liggen prima. Er staan allemaal leuke rode huisjes langs de kade. Dat waren allemaal vissershuisjes, maar tegenwoordig zijn het deels ook vakantiehuisjes (waar overigens niemand in zit). De visserij is hier zo’n vijftig jaar geleden verdwenen.

De wind neemt inderdaad snel toe, dus we zijn blij dat we weer vastliggen.
Vrijdag 7 augustus Trelleborg/Malmö
Aangezien het vandaag hard waait vanuit een ongunstige richting blijven we hier en gaan met de trein naar Malmö. Het is net de eerste dag van het Malmö Festival, dat is een groot festival van een week in het hele centrum van de stad. We krijgen er wat van mee en lopen verder vooral rond om de stad te bekijken. De veiligheidsmaatregelen vallen wel echt op, bij de afgesloten wegen richting de festivallocaties zijn overal stevige obstakels en houden bewapende politiemensen de wacht.
Malmö is een leuke stad, zelfs als een deel van de mooie gebouwen door de festivalpodia verborgen worden gehouden. Het echt stralende weer lijkt trouwens even op te zijn, een vrij bewolkte dag vandaag.

Zaterdag 8 augustus Trelleborg – Klintholm
Vandaag verlaten we Zweden alweer, op weg naar Klintholm op het Deense eiland Møn. We zijn weer lekker vroeg op pad, in de middag gaat de wind de verkeerde kant op draaien en qua richting is het al krap of het goed te bezeilen is. Dit komt mede door een windpark dat in de weg ligt. In Nederland mag je daar doorheen varen, hier helaas niet. Als we om kwart voor zes de haven uitvaren zijn er al drie boten voor ons de haven uit, we zijn niet de enigen die naar de windvoorspelling hebben gekeken!
Het grootste stuk varen we zo hoog mogelijk aan de wind en dat gaat wel prima. Op gegeven moment zetten we een half uurtje de motor bij om de hoek van het windpark te kunnen halen. De kliffen van Møn zien we al een tijd in de verte liggen en daar varen we naartoe. De kliffen zijn ruim 120 meter hoog en liggen op de punt van het eiland. Daardoor waait en draait de wind daar bizar.

Als we dichtbij de kliffen zijn hebben we opeens een hele mooie wind en de laatste uren varen we zalig naar de haven toe. Dit was toch weer een prima zeildag!

We varen met twee Nederlandse boten richting haven, vrij uniek. We hebben eigenlijk sinds we het Kielerkanaal verlieten weinig Nederlandse boten gezien, hooguit lag er nog eentje in dezelfde haven. Vanaf nu is dat anders, er liggen al meerdere Nederlanders in deze haven. We ontkomen dit keer niet aan het aanleggen in een ‘Scandinavisch box’. We hebben dit opvallend vaak weten te vermijden, maar vandaag niet. De boxen zijn vaak smal en de palen staan ver van de kant, dus tijdens het invaren moet je de achterlandvasten om die palen krijgen. Het blijft een uitdaging. Enige geruststellende is dat bijna alle boten het lastig vinden, ook de Scandinaviërs zelf.
Zondag 9 augustus Klintholm – Vordingborg
Vandaag hebben we een dilemma want er staat een gunstige wind om richting westen te varen, maar een wandeling langs de kliffen schijnt ook heel mooi te zijn. Uiteindelijk komen we tot het compromis dat we ’s ochtends eerst een fiets/wandeltocht maken en ’s middags verder gaan. We fietsen eerst een stuk om dichterbij de kliffen te komen, maar waar het nog niet steil is. Daarna wandelen we heen onderlangs over het kiezelstrand, daarna bijna 500 traptreden omhoog en bovenlangs weer terug naar de fietsen. Het is inderdaad erg mooi, zowel onder- als bovenlangs.



Als we tegen de middag vertrekken hebben we een zalig windje, meest van opzij of achteren. De bestemming is Vordingborg. Deze plaats ben ik nergens tegengekomen als aanbeveling, maar als we ons er in verdiepen lijkt het een prima plek en qua afstand precies goed. De haven ligt aan het eind van een soort baai en dat is weer een soort pannenkoek die niet erg diep is. Met de kiel omhoog kunnen we wel een stuk afsteken, maar verderop is het de vaargeul netjes volgen om niet vast te lopen. Er is nog precies een mooie plekje langszij een steiger, geen geprutst met die achterlijnen dit keer. Als we liggen blijkt dat we ook nog eens uitzicht op de Vordingborgse Roklub hebben!
Maandag 10 augustus Vordingborg
Vandaag blijven we liggen, er is regen voorspeld en de windvoorspelling is ook beetje vreemd. Verder hebben we eigenlijk weinig dagen dat we niets doen en dit wordt er eentje. Het regent inderdaad de helft van de dag, zalig.

Daarna klaart het weer op en gaan we naar de Lidl en bekijken we Vordingborg. Een grote kasteelruïne is vrij dominant aanwezig en die hebben ze heel smaakvol opgeknapt/zichtbaar gemaakt.

Verder blijkt het dorp best innovatief, want de kerk kun je bezichtigen door een SMS te sturen en dan gaat deze een paar seconden later open.


Ook in de haven komen we iets nieuws tegen, een watersportwinkel met zelfbediening. Je moet eerst online een code bestellen en dan kun je erin en dingen kopen, zelf afrekenen via je creditcard. Het is niet groot, maar door het raam kun je zien dat ze best veel hebben.
Alles bij elkaar vinden we Vordingborg best een pareltje!
Dinsdag 11 augustus Vordingborg – Kragenæs
De wind bleef vannacht en vanochtend behoorlijk doorwaaien, pas in de loop van de middag werd het wat minder. Omdat we aardig tegen de wind in moesten, wachten we die rustigere wind eerst af. Geen straf, want we vinden dat we toch wel weer op het mooiste plekje van de haven liggen.
Tegen drie uur vertrekken we voor de 24 mijl naar Kragenæs. We hebben de keus in die hoek tussen meerdere kleinere eilanden of Kragenæs op het vasteland van Lolland en we kiezen voor het laatste. We willen daar graag het kunstwerk Dodekalitten bekijken. Het zeilen in dit gebied is echt erg leuk, groot water maar toch tussen land en eilanden door. Qua schaal zoiets als Zeeland, maar dan met heel andere landschappen.
De tocht is een combinatie van zeilen en motorzeilen. Eerst onder een paar hoge bruggen door.

Wel bijzonder dat we sinds de brug in Lauwersoog alle bruggen die we zijn tegengekomen hoog genoeg zijn om onderdoor te varen. Soms moeten we vrij strak de geul aanhouden in verband met ondieptes en als dat (bijna) recht tegen de wind in is zit er niets anders op dan te motorzeilen. We schrikken wel als op een gegeven moment het vermogen van de motor wegvalt en er rook uit de uitlaat komt. Huib checkt de motor binnen, maar ziet niets bijzonders. We kunnen alleen bedenken dat er iets aan de schroef zit en inderdaad, als we de motor even hard in z’n achteruit hebben gezet loopt-ie daarna weer als een zonnetje. Er drijft hier veel zeegras, dus dat zal de boosdoener wel geweest zijn. Tegen acht uur zijn we in de haven.
Woensdag 12 augustus Kragenæs – Enehøje
Vanochtend wandelen we al rond acht uur naar de Dodekalitten. Dit kunstwerk van Thomas Kadziola staat een kilometer van de haven vandaan, we hebben het gisteravond al zien liggen. Dodekalitten betekent in het Grieks ‘twaalf stenen’ en het bestaat uit een cirkel van twaalf reusachtige, uit graniet gehouwen beelden van zeven tot negen meter hoog. Via het ingebouwde geluidssysteem hoor je een soort van esoterische muziek. Als we er zijn is het nog heerlijk rustig en het is echt een heel erg mooi en indrukwekkend kunstwerk.





Bij de haven is er nog een tentoonstelling met meer informatie, daar gaan we ook nog even langs.
Daarna vertrekken we naar Enehøje, een eilandje van niets maar qua afstand een goede tussenstop. Er is geen haven, maar er liggen een paar moorings waar we er een van oppikken. Het eiland is lang bewoond geweest door een vriend van poolreiziger Knud Rasmussen die zelf ook poolreizen maakte. Nu is het onbewoond, alhoewel wij er toch wel een paar mooie huizen op zagen staan waar ook wel iemand leek te zijn. Het eiland blijkt vooral een bramenwalhalla te zijn, we kunnen er geen genoeg van krijgen. Het is jammer dat we geen bakje of zakje van de boot mee hebben genomen.

Op het hoogste punt heeft de poolreiziger vier walvisslagtanden neergezet.

We liggen zalig rustig aan de mooring, het is toch echt anders dan in een haven liggen. We genieten er erg van.

Donderdag 13 augustus Enehøje – Marstal
Vandaag gaan we naar het drukkere deel van Denemarken, namelijk de eilanden onder Funen. We hebben nog ruim een week voor we de boot in Cuxhaven overdragen aan Marije en Jorrit dus we hebben bedacht waar we nog heen willen. Marstal op het eiland Ærø is de eerste plek. Het wordt iedere dag iets warmer en vandaag wordt het 24 graden. Niet zo warm als in Nederland, gelukkig. We hebben een mooie zeiltocht, waarbij de voor het eerst deze vakantie ook de spinnaker gebruiken.

We bekijken het dorp eerst, dat heeft wel een gezellige sfeer. Daarna ga ik zwemmen aan de zeekant van de haven, dat is zalig. Het water is mooi helder en hier geen stinkend wier gelukkig. Er staan vrolijk gekleurde huisjes op het strand.

Vrijdag 14 augustus Marstal – Lyø
We liggen in Marstal aan een bijzondere steiger, die is helemaal rond. We hoopten dat er nog een lekkere dikke boot naast ons zou komen te liggen om de golfjes tegen te houden, voor een goede nachtrust. Alle boten die na ons binnenkwamen snapten het niet ofzo, dus we hebben de hele nacht kabbelende golfjes tegen de boot, gelukkig verstoort het onze nachtrust niet.

Ook vandaag is het weer een kwestie van de motor aan om de haven uit te varen en die hoeft pas weer aan als we bij Lyø zijn. Het is wederom een zalige zeiltocht in een heel mooi gebied. We besluiten te ankeren in de baai naast de haven, zo buiten een haven liggen is toch ook wel erg lekker. Het is lekker weer, dus ik duik eerst eens even het water in. Ik inspecteer het anker, dat ligt goed ingegraven. Er scharrelt een krab rond ons anker, misschien hebben we het anker op z’n woonplek gegooid? Ik vraag Huib om een foto te maken van mij als ik op het anker sta (het is maar twee meter diep). Niet verwonderlijk dat ik niet veel leuke vakantiefoto’s van mezelf heb….

Later gaan we met het bootje naar de kant en bekijken het dorp. Lyø is een erg klein eiland van ongeveer 4 bij 2 kilometer met ongeveer 100 inwoners. Er staan nog 23 van de 24 oorspronkelijke boerderijen, dat is wel bijzonder. Er is een restaurant, een winkel en nog een snackbar/restaurant bij de haven waar we die avond eten. Voor het eerst deze zomer mosselen, erg lekker! Ik besluit ook eens een cocktail te bestellen, in het alcoholdure Denemarken nog wel, maar ook die is erg lekker!

Het wordt ‘s avonds nog druk in de baai, met meer dan dertig ankerende boten. De kleine jachthaven ligt trouwens ook erg vol.

Zaterdag 15 augustus Lyø
Een dagje Lyø, met een wandeling over het grootste deel van het eiland. Het is een combinatie van natuur en landbouw met in het midden een dorpje. Het is een mooi en leuk eiland. De meeste plaatsen in Denemarken waar we geweest zijn hebben mooie stukken, maar er wordt duidelijk minder geld in de gebouwen gestopt dan in Nederland. Dit eiland is wel vergelijkbaar met Vlieland, maar dat is echt een stuk gelikter dan Lyø. Het feit dat niet alles perfect verzorgd is maakt het ook wel weer authentieker, al is het bij sommige panden wel jammer dat ze niet worden opgeknapt.
De wind is gedraaid en neemt ‘s middags toe, dus we verhuizen naar een mooring dichter tegen het eiland aan.



Zondag 16 augustus Lyø – Dyvig
We hebben weer een dilemma voor de komende dagen. Varen we tegen de wind in naar Dyvig en dan de volgende dag door de mooie Als-fjord naar het zuiden, naar de Schlei. Of varen we een makkelijkere koers en brengen we meer dagen op de Schlei door. We willen niet onderdoen voor Marije en Jorrit, dus we zetten ‘s ochtends vroeg koers naar Dyvig. Het is nog steeds mooi weer en de zeiltocht is gelukkig helemaal prima. Door het kruisen tegen de wind in is de afstand 1,5 keer zo lang dan wanneer je rechtstreeks vaart, maar dat betekent vandaag dat we extra lang kunnen genieten.

In 2011 hebben we ook op de Oostzee gezeild, eerst met Gijs en toen met Jorrit & Emmy en Jorrit & Floor. We zijn toen ook in Dyvig geweest, maar daarover heb ik toen geschreven: “Gelukkig waren we voor de regen echt toenam in Dyvig. Een mooi plekje alleen ontnam de regen ons alle zicht!” Dat jaar hadden we echt zoveel slecht weer, heel veel dagen met (deels) regen. Wat dat betreft hebben we nu heel veel meer mazzel, al trekt het wat dicht als we in Dyvig zijn. De haven ligt in een mooie baai met een smalle toegang, bij een chique hotel.

‘s Middags lenen we fietsen van de haven om boodschappen in Nordborg te doen. Daar ligt ook nog een groot slot wat later soort educatief centrum is geworden.

Op de terugweg natuurlijk even langs de roeiclub, waar helaas niemand is. Het bijzondere is dat er naast de lokale roeiclub ook een Duitse regionale roeiclub zit, schijnt historisch gegroeid te zijn.

Maandag 17 augustus Dyvig – Schleimunde
Vanaf nu is het halve wind varen tot de ingang van het Kielerkanaal. De windverwachting is goed, dus we verwachten een mooi dagje zeilen. Eerst door de Als-fjord tot Sønderborg en dan groter water richting Schleimunde. Gisteren concludeerden we dat we toch echt heel veel mazzel met de wind hadden, zo weinig motoruren, afgezien van het Kielerkanaal hebben we bijna alles prima kunnen zeilen met af en toe stukje motor erbij. We hebben iets te vroeg gejuicht want vandaag is de wind best wel prut. We varen eerst via het smalle geultje de baai van Dyvig uit en dan via de Als-fjord naar Sønderborg.

Tot Sønderborg laat de wind het grotendeels afweten. Maar het is een mooi gebied waar we varen en we zien voor het eerst bruinvissen, toch ook leuk.
We gaan voor het eerst sinds Lauwersoog door een brug en daarna verwachten we nog lekkere zeiluren tot de monding van de Schlei. We zeilen wel, maar het varieert van zes tot zestien knopen wind en helaas vaak dichter bij de zes dan de zestien. Dit is anders dan voorspeld, heel flauw. Natuurlijk trekt de wind precies aan als we moeten aanleggen, daar worden we niet blij van. We liggen in een klein haventje direct naast de ingang van de Schlei.

Ook dit is wel een bijzondere plek want je kunt er alleen per boot komen. Het wordt omgeven door water en grenst aan een natuur(duin)gebied wat verboden terrein is. Tot 1970 verbleven hier de loodsen voor de Schlei en zij bedienden ook de vuurtoren. Daarna raakte het haventje in verval maar zo’n dertig jaar geleden is het door watersportverenigingen opgeknapt. Je kan bij de (vrijwilliger) havenmeester een biertje en pizza krijgen en dat is het wel ongeveer. Een leuke plek om te liggen dus.

Dinsdag 18 augustus Schleimünde – Holtenau
Vandaag onze laatste dag op de Oostzee. De wind is ook nu niet superenthousiast, maar we hebben geen haast en komen er wel. We gaan aan de steiger voor de sluis liggen. Daar hoef je niet te betalen en er zijn zelfs een prima wc en douche, wat een service! Ondertussen kunnen we de Kieler fjord en alle langskomende boten leuk in de gaten houden. We wandelen wat in de omgeving en steken nog even met het pontje het Kielerkanaal over.


Aan de andere kant is een ‘Aussichtsplatform Schleuse’, een soort slowTV want met twintig man staan we vanaf daar te kijken naar de vrachtboten die langzaam aanleggen in de sluis en geschut worden. Morgen liggen wij daar met de Emergo!

‘s Avonds eten we nog bij een leuk restaurant aan de kade, dit is echt een prima plek om te liggen.

Woensdag 19 augustus Holtenau – Gieselaukanaal
We doen ook nu het kanaal in twee dagen, de eerste dag varen we tot het Gieselaukanaal. We hebben ‘s ochtends mazzel met het wachten voor de sluis. Als we wakker worden en net zitten te ontbijten dobberen er al iets van vijftien boten in afwachting van een sluisschutting. Sommigen liggen al anderhalf uur te wachten. We hebben zicht op de lichten voor de sluis en de marifoon staat aan. Als we horen dat de zeilboten in mogen varen laten we het ontbijt even voor wat het is en starten snel de motor. We kunnen in een keer door de sluis invaren, achter ons gaat de deur meteen dicht. Dat is nog eens mooie timing.
Op de site zijn we te zien via de webcam, dus ik zwaai even naar de vroege kijkers.

Het is aardig druk op het kanaal met grote vrachtboten van beide kanten. Daardoor moeten boten regelmatig op elkaar wachten bij een van de twaalf wachtpunten, omdat ze niet tegelijk op de smallere stukken mogen zijn. Dat betekent dat we bijna de hele tijd door drie boten worden ingehaald, die we dan even later weer inhalen omdat ze moeten wachten en dat zo door. Het is weer echt ‘Kielerkanaal weer’, regen en zon wisselen elkaar af.
Na 60 kilometer draaien we het Gieselaukanaal op. Dat verbindt het Kielerkanaal met de rivier de Eider en na ongeveer een kilometer ligt er een sluis met steigers waaraan je kan overnachten. Het is een mooie stille plek.

We maken nog een wandeling in de omgeving, die is weinig spectaculair. Verder vindt Huib nog een klusje om te doen. Het is een magere vakantie geweest wat dat betreft, zo weinig lekkages of dingen die kapot gingen, niets aan voor hem.

Donderdag 20 augustus Gieselaukanaal – Brunsbüttel
We motoren de laatste 40 kilometer van het kanaal en leggen aan naast de sluis in Brunsbüttel. We doen wat boodschappen en gaan naar het sluismuseum. Verder genieten we van de grote boten die vlak langsvaren, het blijft toch fascinerend.

‘s Middags is het aardig prutweer, veel regen. De komende dagen wordt het weer mooier maar we zien dat de windvoorspelling voor het weekend slechter wordt, in die zin dat het voor Jorrit en Marije door harde wind tegen pittig lijkt te worden om weg te komen uit Cuxhaven op zaterdag of zondag. We bekijken andere opties, met name om de boot zelf nog naar het Duitse wad te varen vrijdag, maar gezien het tij en de lengte van die tocht is dat niet echt een optie. Ach ja, ze zijn het gewend om stevig aan de wind te varen!
Vrijdag 21 augustus Brunsbüttel – Harlesiel
Deze dag wordt erg anders dan we hadden gedacht. Als we wakker worden rond zes uur kijken we meteen naar de Windy en de voorspelling voor het weekend is alleen maar erger geworden. De mogelijkheid om zaterdagochtend de Elbe af te varen is gezien de voorspelde wind echt niet meer realistisch. Met harde stroom mee en harde wind tegen is het niet prettig daar. We besluiten alsnog naar het Duitse wad te varen, de omstandigheden zijn vandaag vrij ideaal met een wind die op het juiste moment gunstig zou moeten draaien. We maken de Poolse buurman wakker die in de weg ligt en vertrekken iets over half zeven naar de sluis. We hebben ook nu mazzel, de sluis wordt voor ons geschut en om tien over zeven varen we de Elbe op. We beginnen met de stroom tegen en halverwege Cuxhaven krijgen we stroom mee. We laten de motor nog even aanstaan om de snelheid zo hoog mogelijk te houden, want we willen de hele Elbe graag stroom mee hebben en dat is krap.
In Cuxhaven maken we een pitstop om diesel en water te tanken en een kwartier laten scheuren we weer door.

Nu zonder motor en het is perfect zeilen. Over het water halen we zeven knopen en met de stroom erbij komen we regelmatig boven de tien knopen uit.

Als we aan het eind van de Elbe naar het westen draaien valt de wind wat weg, dus de motor gaat weer even aan. De wind is echter alweer snel terug en inderdaad gunstig gedraaid, wat wel handig is, want we hebben nu een beetje stroom tegen. Als we tussen Wangerooge en Spiekeroog het wad op varen staat de stroom weer lichtjes mee en zo varen we naar Harlesiel, een plaatsje aan de kust tegenover Wangerooge. Om zes uur pakken Jorrit en Marije onze touwen aan. We zijn blij dat we nog zo’n mooie zeildag hebben gehad met goede wind, drie druppels regen en verder mooi weer.

We eten snel even wat met z’n vieren. Daarna gooien wij onze spullen in de tassen en gaan onze spullen van de boot en de tassen van Jorrit en Marije aan boord. Vervolgens vertrekken zij meteen naar het eiland Wangerooge want daar lig je beter en leuker de komende dagen dan in Harlesiel. Wij stappen in de auto en rijden in twee uurtjes naar huis.

Het waren weer vijf leuke en lekkere weken, met heel veel goed weer en vooral ook heel veel mooi zeilweer. We hebben maar weinig dagen gehad met te weinig of te veel wind en dus erg veel dagen dat we lekker hebben kunnen zeilen. We hebben ook weer veel mooie en bijzondere plekken ontdekt, dat is altijd wel het leukste van het kustscharrelen.
Leave a Reply